Lerarenopleider

Kwaliteitsvolle interactie

Als lerarenopleider begeleid je studenten tot kwaliteitsvolle interactie met elkaar en met anderen.

  • Je maakt regelmatig gebruik van werkvormen waarbij studenten elkaar moeten helpen en met elkaar moeten samenwerken om tot resultaat te komen.
    --

    Ik geef open en uitdagende taken waarbij de interactie tussen studenten gestimuleerd wordt.

    Ik wissel regelmatig van groeperingsvorm (individueel, in paren of groep, klassikaal).

    Als ik groepswerk geef, zijn de taken complex en veelomvattend zodat één of twee studenten ze alleen niet kunnen oplossen. Ze vereisen de inzet van alle studenten om tot een kwaliteitsvol product te komen.

    Ik maak gebruik van projectwerk.

    Ik zorg ervoor dat studenten moeten samenwerken om een opdracht tot een goed einde te brengen:

    • Door taakverdeling: de taken worden zo verdeeld dat er samen efficiënter en sneller gewerkt wordt dan wanneer de studenten in hun eentje aan de opdrachten zouden werken. 
    • Door materiaal: de studenten zijn afhankelijk van elkaar omdat het materiaal beperkt is.
    • Vanuit structuur :
      • Werken met ‘experten’ (mentor -  pupil)
    • Vanuit het doel: de groep krijgt een gemeenschappelijk doel dat de leden met elkaar moeten zien te bereiken.
    • Als groep zoeken naar één gemeenschappelijk antwoord, een consensus bereiken, een werkstuk maken en samen presenteren.
    • Door aanvullende rollen: per groep vervult elke student een rol die functioneel is voor de samenwerking.
      • Organisatorische rollen
      • Inhoudelijke rollen
      • Rollen die samenhangen met een bepaald perspectief vb. de denkhoeden van di bono
      • Aandacht bij evaluatie:
        • Peerevaluatie
        • Evaluatie product & individuele evaluatie
        • Gebruik maken van wiki’s / google docs zodat men kan achterhalen wie wat gedaan heeft

    Ik stimuleer studenten om samen te werken bvb. samen een les voorbereiden voor de stage.

    In de les vakdidactiek maken de studenten kennis met diverse werkvormen door de werkvormen zelf toe te passen.

    Elk jaar houd ik een markt over werkvormen. De studenten gaan in groepjes van 3 na wat een bepaalde werkvorm inhoudt, wat voor- en nadelen zijn van de desbetreffende werkvorm,… Ze krijgen de opdracht om hun werkvorm te “verkopen”. Ze kiezen hierbij zelf hoe ze hun werkvorm zullen presenteren. Het voordeel bij het werken met groepjes is dat elke student de mogelijkheid krijgt om kennis te maken met de andere werkvormen, zonder dat het eigen “kraampje” moet sluiten.

  • In de lespraktijk laat je consequent ruimte voor dialoog, discussie en reflectiemomenten.
    --

    Om zichzelf te evalueren maken de studenten een portfolio, waarin alle aspecten m.b.t. een project toegelicht worden. Dit portfolio grijp ik als lerarenopleider aan om met de student te reflecteren op de criteria en de resultaten van het project of groepswerk.

    Het is belangrijk om studenten kritisch te laten nadenken over zichzelf. Ik gebruik hiervoor verschillende methoden:

    • Vanuit een casusbespreking werken aan de verdere professionalisering van studenten.
    • Studenten zoeken een compromis bij het uitwerken van een casus.
    • Stellingenspel
    • Debat
    • Bespreking verschillende uitwerkingen van eenzelfde opdracht

    Als onderdeel van hun stageopdracht, stel ik de studenten een aantal reflectievragen, zoals

    • Hoe maakten jullie gebruik van elkaars sterke kanten?
    • Hoe kwamen jullie tegemoet aan elkaars noden?
    • Hebben jullie elkaar geobserveerd? Zo ja, wat leerden jullie daaruit?

    Op die manier probeer ik niet enkel te stimuleren dat studenten samenwerken, maar dat ze ook de meerwaarde hiervan inzien voor hun eigen didactisch handelen.

    Na elke opdracht voorzie ik tijd voor reflectie. Bvb. Wat is nodig om tot een betere samenwerking te komen?

  • Je laat studenten regelmatig in heterogene groepen samenwerken aan taken of opdrachten.
    --

    Ik ga bewust om met mijn groepssamenstelling waarbij ik de sterktes van zowel homogene als heterogene groepen benut.

    Studenten heterogeen groeperen is interessant om in te spelen op de aanwezige diversiteit binnen de groep. Het potentieel aan ervaringen, zienswijzen,… vergroot erdoor. Groepen kunnen op verschillende manieren heterogeen zijn, nl. in functie van taalvaardigheid of vakkennis, interesses, status, sociale competenties, zelfsturende competenties,….

    Er bestaan verschillende manieren om groepen in te delen:

    • Keuze van de student
    • Keuze van het toeval
    • Op basis van gemeenschappelijke interesse
    • Volgens opinies
    • Keuze van de lerarenopleider

    Om groepen samen te stellen hanteer ik een aantal richtvragen:

    • Hoe vaak dienen studenten in groep te werken?
    • Wat is de meest aangewezen groepsgrootte in kader van de te bereiken doelen / opdracht / context / doelgroep?
    • Wie stelt de groepen samen?
    • Welke methodiek zal ik gebruiken om mijn groepen in te delen?
    • Gebeurt het groepswerk best binnen de lesuren of buiten de lesuren?

    Ik laat de studenten onderzoeksvragen formuleren op basis van interesses. Elke groep gaat met een leervraag aan de slag. Binnen de groep zelf zijn er verschillende leerstijlen. Het takenpakket wordt op basis van de leerstijlen verdeeld.

    Er is niet enkel fysieke samenwerking mogelijk, maar ook digitaal bvb. fora, wiki’s,… Voor het leren op afstand werken wij met digitale groepen. Ik zie dat een aantal cursisten meer inbreng hebben in een digitaal forum dan in een contactles.

    Tijdens de lessen neem ik een leerstijlentest af. Op basis van de leerstijl maak ik de groepsindeling voor bepaalde taken.

    Binnen vakdidactiek hanteer ik verschillende methoden om groepen in te delen. Bvb. op basis van vakken, ervaring (wie geeft er wel al les en wie niet), geografische locatie,…

    Ik gebruik methodieken en volg de principes (directe interactie, individuele aanspreekbaarheid, positief wederzijdse afhankelijkheid, aandacht voor sociale vaardigheden en aandacht voor groepsproces) van coöperatief leren.

Maatschappelijke verantwoordelijkheid

Je ziet je eigen maatschappelijke verantwoordelijkheid en handelt ernaar.

  • Je onderschrijft dat omgaan met diversiteit een competentie is die men voor alle studenten in de opleiding moet nastreven.
    --

    Ik streef na dat studenten inzicht verwerven in de veelheid van manieren waarop mensen op elkaar kunnen lijken of van elkaar verschillen, o.a. sekse en seksuele voorkeur, etnische afkomst en nationaliteit, religie en levensbeschouwing, politieke overtuiging, fysieke verschijning, leeftijd, intelligentie, …

    Ik streef na dat studenten zicht krijgen op situaties waarin zich confrontaties met verschillen kunnen voordoen en waar mogelijkheden ontstaan om van en met elkaar te leren, o.a. op de werkvloer, in het ziekenhuis, in de straat,…

    Ik streef na dat studenten vooroordelen en veralgemeningen waar mogelijk en wenselijk vermijden en zich bewust zijn van elke vorm van discriminatie.

    Ik streef na dat studenten gebeurtenissen, contexten en personen vanuit verschillende perspectieven bekijken.

    Ik streef na dat studenten kunnen functioneren in verschillende contexten, steeds wisselende omstandigheden en nieuwe situaties.

    Ik streef na dat studenten het belang inzien van dialoog en samenwerking en hiervoor kiezen.

    Ik streef na dat studenten openstaan voor en leren van andermans visies, ervaringen en competenties.

  • Je onderschrijft dat je als lerarenopleider de competentie omgaan met diversiteit levenslang moet nastreven, om de studenten gelijke onderwijskansen te kunnen bieden.
    --

    Sommige jongeren krijgen meer kansen en hebbenmeer studiesucces  dan anderen. Dit is niet enkel gerelateerd aan het bezitten van meer intrinsieke motivatie, talenten en competenties. Onderzoek bewijst dat het al dan niet succesvol zijn in het hoger onderwijs, in belangrijke mate afhangt van de achtergrond (functiebeperking) en afkomst (sociaaleconomisch, etnisch-cultureel) van studenten. Dit betekent dat er voor bepaalde groepen mechanismen van achterstelling zijn die verhinderen dat iedereen gelijke kansen krijgt. Het wegwerken van achterstellingmechanismen betekent dat ik, mijn collega's en instelling dienen te werken aan een meer toegankelijke en diverse instroom en een kansrijker en succesvoller door- en uitstroom van studenten uit verschillende maatschappelijke groepen. Ik ben ervan overtuigd dat om dit te realiseren het belangrijk is om in te spelen op de aanwezige diversiteit en om op een positieve manier met diversiteit om te gaan.

Omgaan met anderen

Je kan als lerarenopleider goed omgaan met de diversiteit van collega's, studenten en externe partners.

  • Je gaat om met collega's, studenten en externe partners in een geest van democratisch overleg en samenwerking. Je stelt je op als een teamlid en niet als een solo-speler.
    --

    Binnen ons opleidingsteam reflecteren we over hoe we flexibiliteit in kunnen bouwen zodat er ingespeeld kan worden op verschillen tussen studenten op vlak van:

    • Vaardigheden
    • Intelligenties
    • Voortraject
    • Sociaal-culturele achtergrond
    • Economische positie
    • Religie en levensbeschouwing
    • Persoonlijkheid

    Binnen ons opleidingsteam reflecteren we over didactische werkwijzen, methoden en materialen die gebruikt kunnen worden om studenten te leren omgaan met diversiteit.

    Binnen de werkgroep diversiteit zoeken we hoe en waar andere competenties meer ingang kunnen vinden dan leercompetenties. We leggen hierbij  de klemtoon meer op het procesmatige i.p.v. het productgerichte aspect.

    In onze vakgroep verdelen we lesonderdelen. In duo bereiden we de lessen samen voor.

    Ik doe aan duoteaching. We bereiden per twee lessen voor én geven de lessen samen.

    Nu en dan komt er een collega een les bij me volgen. Achteraf bespreken we de les wat me aanknopingspunten geeft om de lesrealisatie anders aan te pakken.

    Voor ons digitaal platform is elk lid van ons team verantwoordelijk voor het opzoeken van bepaald materiaal. Op die manier zorgen we ervoor dat niet iedereen op zoek gaat naar hetzelfde materiaal.

    Na het volgen van een studiedag delen we de inhouden mee aan de rest van het team en stellen we het bekomen materiaal ter beschikking van iedereen.

  • Je kan je inleven in verschillende perspectieven van collega's, studenten en externe partners.
    --

    Bij het onthaal, de intake van nieuwe studenten peil ik naar de schoolse achtergrond, motivatie en interesses van de student.

    Nu en dan gaan wij als team op excursie. Onlangs wierpen verschillende collega’s op zich moeilijk in te kunnen leven in de eigenheid van het bso. We zijn dan met zijn allen een volledige dag naar een bso-school geweest om kennis te maken met de ervaringen van de leerkrachten en de directeur.

    Ik probeer me in te leven in de perspectieven van diverse studenten bvb. studenten vanuit het secundair onderwijs en studenten die reeds een opleiding in het hoger onderwijs volgden.

    Ik laat mijn eigen lessen evalueren door de studenten.

  • Je kan je soepel aanpassen aan de verscheidenheid binnen de groep collega's, studenten en externe partners / het werkveld.
    --

    Ik kan me soepel aanpassen aan anderen door rekening te houden met verschillende zaken, nl.

    • Omgaan met verschillende persoonlijkheidstypes
    • Manier van omgaan met elkaar vb. telefonisch contact, overleg, videoconferencing
    • Tijdstip overlegmomenten
    • Constructief omgaan met input

    Ik houd rekening met de gezinssituatie van medelerarenopleiders. Zo spring ik al eens in wanneer er iets voorvalt (vb. ziek kind).

    Ik gebruik verschillende informatiekanalen ten aanzien van collega’s, studenten en externe partners.

    Ik hanteer werkvormen die inspelen op de verschillende leerstijlen van studenten.

    Ik behandel alle collega’s op basis van gelijkwaardigheid, ongeacht verschillen in de sociale, culturele, talige of religieuze achtergrond.

  • Je bent bereid te leren van collega's, studenten en externe partners.
    --

    Ik overleg met collega’s over de aanpak van bepaalde lesinhouden en bevraag collega’s over hun werkwijze en de reacties, resultaten bij studenten.

    Bij het uitwerken van nieuwe materialen neem ik contact op met externen om te peilen naar mogelijke input van hun kant uit en om indien mogelijk meer doorgedreven met hen samen te werken.

    Ik vraag studenten hun mening over mijn aanpak in de lessen: "Wat vinden ze goed?", " Waar is er ruimte voor verandering?".

    Een collega volgt mijn lessen bij. Achteraf bespreken we de lessen en bekijken we wat werkpunten zijn.

    Ik volg regelmatig zelf vormingen. Dit zorgt ervoor dat ik in contact kom met mensen die een andere visie hebben wat ertoe kan leiden dat ik mijn kijk op iets herzie. Daarnaast leer ik ook inhouden en methodieken die voor mijzelf interessant zijn.

    Niemand kan alles. Ik heb er dan ook geen probleem mee om mezelf kwetsbaar op te stellen en hulp te vragen.

Totale onderwijsleerproces

Als lerarenopleider integreer je diversiteit in het totale onderwijsleerproces van studenten.

  • Je gaat gericht op zoek naar vormen van diversiteit bij de studenten en benut deze in het leerproces.
    --

    Diversiteit omvat alle mogelijke verschillen die kunnen bestaan tussen mensen die in onze maatschappij samenleven. Ik zie diversiteit niet alleen als etnische en culturele verschillen, maar ook als verschillen in interesses, leerstijlen, vaardigheden,… Ik probeer te achterhalen waar de sterktes van de verschillende studenten liggen en benut deze in het leerproces.

    Ik speel in op verschillende leerstijlen.

    Bij muzische vorming kunnen studenten kiezen tussen verschillende instrumenten. Niet iedereen hoeft met een blokfluit aan de slag. Ik maak dit expliciet duidelijk.

    Ik werk vaak met rollen. De rollen worden benoemd en goed uitgeschreven. Bvb. zaken opzoeken, teksten samenvatten, contacten leggen,… De studenten kiezen zelf welke rol ze zullen invullen op basis van de eigen competenties. De achterliggende idee is dat studenten zien hoe iemand anders een bepaalde taak aanpakt en aldus leert vanuit observatie.

    Bij het afstandsonderwijs proberen we een community met externen te vormen. Op die manier kunnen er in een discussie verschillende perspectieven aan bod komen.

  • Je bouwt variatie in je didactische praktijk in.
    --

    Ik leid studenten op om leraar te worden. In het kader van diversiteit is het belangrijk dat ik bij het hanteren van werkvormen model sta voor de werkvormen die studenten in hun eigen lespraktijk moeten hanteren. Afhankelijk van het doel en de inhoud, maak ik gebruik van

    • Activerende werkvormen waarbij studenten elkaar moeten helpen en samenwerken om resultaat te bereiken (zie kwaliteitsvolle interactie, je maakt regelmatig gebruik van werkvormen waarbij studenten elkaar moeten helpen en met elkaar moeten samenwerken om tot resultaat te komen).
    • Afwisseling in werkvorm (individueel, in paren of in groep) én organisatievorm (klassikaal, projectwerk, zelfstandig, begeleid, instructiegericht,…).
    • Open vragen of het peilen naar meningen tijdens bvb. een onderwijsleergesprek zodat studenten met elkaar en met de lesgever in discussie gaan. Op die manier krijgen we zicht op de verschillende perspectieven van waaruit we naar studenten kijken (zie diversiteit positief benaderen).

    Ik reflecteer samen met de studenten op mijn eigen manier van werken om studenten bewust te maken van het belang en de meerwaarde van het hanteren van verschillende werkvormen.

    Ik hanteer verschillende werkvormen binnen mijn didactische praktijk o.a. klasdoorbrekend werken, individueel werk, begeleid zelfstandig leren, projectwerk, coöperatieve werkvormen, afstandsonderwijs,…

    In de mate van het mogelijke werk ik met authentieke situaties bvb. werken met getuigenissen, levensechte cases,…

    Ik maak gebruik van digitale wegen (adobe connected, MSN) om gesprekken met studenten te voeren.

    De bacheloropleidingen "Bachelor in Onderwijs: kleuteronderwijs" en "Bachelor in Onderwijs: lager onderwijs" werken samen aan een project muzische vorming.

    Derdejaarsstudenten doen de presentaties hedendaagse onderwijssystemen voor tweedejaarsstudenten.

    Studenten uit verschillende groepen volgen een gastcollege met een discussiemoment achteraf. Dit spijst de discussie.

    Studenten van de lerarenopleiding tutoren eerstejaarsstudenten inzake taalvaardigheid, leren leren,…

    Derdejaarsstudenten zijn meter van eerstejaarsstudenten om hen wegwijs te maken in de opleiding.

    Ook in het afstandsonderwijs zijn diverse werkvormen mogelijk. Ik hanteer bvb. een mix van werkvormen om het geheel boeiend houden. De invulling is afhankelijk van het vak: individuele opdrachten, groepsopdrachten, zelfstudie, combinatie met fysieke aanwezigheid in de klas,…

    In de opbouw van leerpaden, probeer ik divers te werken door een combinatie te maken van aanreiken van leerstof, discussie via audio, discussie via fora, …

  • Je stimuleert uitdrukkelijk de eigen inbreng van studenten.
    --

    Ik bied studenten regelmatig de kans om zelf leerinhouden aan te brengen en lesinhouden mee op te bouwen.

    Studenten stellen hun eigen leerdoelen voorop.

    Tijdens het eerste jaar maken studenten op basis van eigen reflecties hun onderwijsbiografie. Hierdoor krijgen we zicht op de schoolloopbaan die een student tot nu toe doorlopen heeft, alsook op de beleving van de student hierbij. De onderwijsbiografie hanteren we als uitgangspunt voor een gesprek tussen student en lerarenopleider.

    In kader van gelijke onderwijskansen, maak ik gebruik van het portfolio GOK-competenties binnen de lerarenopleiding.  Via dit portfolio worden studenten aangezet om hun eigen leerproces inzake de competenties in kaart te brengen en het vervolg van hun leertraject te bepalen.

    In het kader van een project of groepsopdracht laat ik de studenten zelf nadenken over de doelen en de criteria waaraan een goed project of groepsopdracht moet voldoen.

    In kader van buitengewoon onderwijs vertrekken we vanuit ervaringen uit de eigen leefwereld. Dit wordt uitgewerkt in deelopdrachten. De studenten werken in samenwerking met de scholen buitengewoon onderwijs hun opdrachten uit.

    Bij studenten die werken, spelen we voortdurend in op de eigen inbreng en eigen noden van studenten.

    We maken gebruik van dieptecoaching. Het voeren van gesprekken in dit kader staat volledig los van evaluatie. Op deze manier laten de studenten voorbeelden naar boven komen, waar ze er dit bij een koppeling aan evaluatie niet zouden doen.

    In kader van de bachelorproef brengen studenten een eigen onderwerp in of kiezen ze een onderwerp vanuit een lijst. Zelfs bij keuze uit lijst, is de inhoud nog vrij open.

    In het tweede jaar is er een verplichte projectweek. Groepjes studenten werken een project volledig uit. Ze kiezen in kader van hun vak zelf een thema, bepalen wat ze zullen doen en hoe ze dit zullen uitwerken, leggen contacten met het werkveld,… Op het einde van de week presenteren de studenten hun projecten.

    Na mijn les ga ik altijd na hoe de studenten zelf de les ervaren hebben. Ik doe dit soms aan de hand van de beschrijving van een recept / maaltijd. Bvb. de les heeft me goed gesmaakt, was pikant,… Dergelijke manier van werken spreekt de studenten erg aan en spoort hen aan om diep na te denken over de les.

  • Je bouwt differentiatie in in je lespraktijk.
    --

    Om zo goed mogelijk in te spelen op de diversiteit tussen studenten, differentieer ik op verschillende manieren (op vlak van tempo, interesses, inhoud, werkvormen, media, mate van ondersteuning, wijze van ondersteuning, materiaal, doelen, evaluatie). Zo kunnen studenten bijvoorbeeld verschillende inhouden op hun eigen tempo doorlopen, stel ik verschillende inhouden en manieren van werken voor om dezelfde competenties te verwerven waardoor studenten zelf keuzes kunnen maken, gebruik ik een brede waaier aan lesmaterialen,…

    Als lector lichamelijke opvoeding, maak ik filmpjes van choreografieën en plaats deze online zodat mensen die afwezig waren toch nog input hebben over de les. Anderen kunnen het filmpje gebruiken bij wijze van herhaling.

    Alles wat via leerpaden wordt aangeboden is een mix van audio, video,… om tegemoet te komen aan de wensen van cursisten.

    Ik geef op vrijwillige basis een extra les zodat studenten vragen kunnen stellen, leerstof die ze moeilijk vinden nog eens samen met mij kunnen overlopen,...

    Door te werken met een digitaal forum is het eenvoudig om studenten bijkomende leerstof aan te reiken indien ze dit wensen of om te verwijzen naar andere leerinhouden.

    In de cursus verwijs ik geheel vrijblijvend naar interessante artikels, boeken,… Soms merk ik dat studenten dit aanwenden naar aanleiding van eigen interesses, zaken die ze op stage tegenkwamen,…

    Ik stimuleer studenten om zich te verdiepen in thema’s die niet in het leerpakket zitten. 

  • Je laat een brede waaier van talenten en competenties aan bod komen tijdens het leerproces.
    --

    De talenten en competenties waar ik me op richt zijn op zichzelf heel breed. Het gaat zowel om de eerder schoolse invullingen (taal, wiskunde, vakinhouden, zelfsturend werken, reflectievermogen,…) als om invullingen die niet altijd aan school worden gelinkt (creativiteit, handvaardigheid,…).

    Studenten kiezen zelf manier om iets te presenteren. Bvb. naar aanleiding van projectweek diversiteit. De presentaties zijn uiteenlopend: toneeltjes, PowerPoint,…

    In kader van groepsmanagement krijgen de cursisten een aantal opdrachten waaruit ze er enkele kunnen selecteren.

  • Je maakt tijd en ruimte vrij voor spontaan en informeel leren.
    --

    Ik ben voldoende flexibel om in te spelen op vragen van studenten. Ik bekijk waar ik de eindtermen / ontwikkelingsdoelen kan linken aan vragen / verhalen van studenten.

    Ik durf mijn lesvoorbereiding loslaten en toegeven dat ik een aantal zaken ook niet weet en moet opzoeken.

    Ik ga in op wat studenten zeggen. Ik zit er niet mee om van mijn vooropgestelde les af te wijken als er zich een situatie voordoet.

    In de les sta ik een vijftiental minuten stil bij de problematiek van de week.

    Vb. iemand moest straf geven,

    • Hoe heb je dit aangepakt?
    • Hoe voelde je je hier bij?
    • ….

    Vb. Waar ben je deze week tegenaan gebotst?

    Ik start de les met een vragenronde. Dit is zeker nuttig wanneer studenten vanuit hun stage komen.

  • Je gaat op zoek naar verbindingen tussen binnen- en buitenschoolse leerervaringen van studenten.
    --

    Ik probeer de nieuwsgierigheid van studenten te prikkelen door leerinhouden te vertalen naar een intrigerende en fascinerende probleemstelling. Hiervoor zoek ik naar opdrachten die aansluiten bij de belangstelling en leefwereld van studenten.

    Ik heb oog voor ervaringen van studenten vanuit wat studenten gezien hebben op vakantie, op het nieuws, binnen hun jeugdbeweging, gebeurtenissen binnen de familie… en breng dit binnen.

    In de opleiding informatica filmen studenten vanuit eigen interesses i.p.v. vanuit een opgelegde opdracht.

    Binnen onze opleiding maken we films om de buitenwereld binnen te brengen i.p.v. gebruik te maken van boeken,…

    Buitenschoolse ervaringen binnen schoolcontext bvb. bezoek parlement, musea, wereldcentrum, foyer, … Deze bezoeken zijn inherent aan de vakken bvb. bezoek zwin bij biologie.

    Studenten gaan op tweedaagse participatiestage waar ze allerlei educatieve activiteiten doen.

    Aan elke module wordt er een buitenschoolse opdracht gekoppeld. Vb. leerinhouden modules aftoetsen op de scholen.

  • Je screent je lesmateriaal op omgaan met diversiteit (diversiteitstoets).
    --

    Ik onderwerp mijn lesmateriaal aan een aantal diversiteitscriteria, nl.

    • Normaliteit: diversiteit wordt voorgesteld als een normaal fenomeen waar iedereen dagelijks in verschillende situaties mee te maken heeft. Diversiteit in de samenleving moet je kunnen aflezen uit gewone, veelgebruikte teksten, audiovisueel en andersoortig materiaal.
    • Meervoudige identiteiten: individuen en groepen laat men zien als gewone, unieke mensen die met elkaar omgaan in alledaagse situaties, verschillende contexten en wisselende omstandigheden
    • Onbevooroordeeldheid: vooroordelen, stereotypen en veralgemeningen worden waar mogelijk en wenselijk vermeden. Uitspraken over groepen in de samenleving berusten op evenwichtige, correcte informatie
    • Discriminatie en beeldvorming: er is aandacht voor en er worden inzichten geboden in de oorzaken en werking van racisme, discriminatie en beeldvorming (vooroordelen, stereotypen, veralgemeningen…).
    • Multiperspectiviteit: verschillende perspectieven op gebeurtenissen, contexten en personen komen aan bod. Dit betekent ook dat het etno- en eurocentrisch perspectief op de geschiedenis en de wereld wordt doorbroken, dat er aandacht wordt besteed aan het onzichtbaar gemaakte verleden van minderheidsgroepen in de samenleving
    • Interactie en variatie: aangeboden activiteiten en taken vertrekken systematisch van interactie: het leren met en van elkaar. Het geheel aan activiteiten en taken is ook zo vormgegeven dat een gevarieerd aanbod van interactiewijzen, werkvormen, leerstijlen kan worden ingezet.
    • Authenticiteit: oefeningen, taken en bronnen worden voorzien die uitzicht geven op authentieke, realistische leeromgevingen.
    • Toegankelijkheid: tekstinhouden zijn gesteld of hertaald in een voor iedereen toegankelijke taal. Ik gebruik verschillende media.

     Bron: Verstraete, Eva. (2006). Vlaamse leermiddelen onder de loep. Op zoek naar het interculturele gehalte. UGent: Steunpunt Diversiteit en Leren.  

    Voorbeelden

    Ik laat de studenten hun mening geven over mijn studiemateriaal aan de hand van een bevraging. Bvb. via Focus (instrument ontwikkeld i.s.m. provincie Oost-Vlaanderen voor een project rond diversiteit).

    Samen met een collega bekijk ik mijn lesmateriaal aan de hand van een aantal diversiteitscriteria (normaliteit, meervoudige identiteiten, onbevooroordeeldheid, discriminatie en beeldvorming, multiperspectiviteit, interactie en variatie, authenticiteit, toegankelijkheid).

  • Je evalueert breed.
    --

    Betekenis:

    Breed evalueren betekent kijken naar een persoon in zijn geheel, naar zijn talenten en mogelijkheden, vanuit verschillende invalshoeken, gemeten met verschillende instrumenten en in verschillende contexten geobserveerd.

    (Bron: visietekst breed evalueren GOK, competentiegericht evalueren; 17/01/2008)

    Voorbeelden:

    Ik gebruik verschillende manieren om in kaart te brengen in welke mate studenten de beroepscompetenties omgaan met diversiteit reeds bezitten en wat werkpunten zijn. Zo ga ik in gesprek met de stagementoren, laat ik de studenten zelf het screeningsinstrument omgaan diversiteit (DISCO) invullen, maakt omgaan met diversiteit een deel uit van het verslag dat studenten schrijven in kader van hun stage, …

    Ik ga de meerwaarde na van een assessmentvorm vooraleer er gebruik van te maken.

    Ik stem de gehanteerde evaluatievormen af op de module en vakinhouden. Ik zorg ervoor dat ik voldoende tijd neem om te evalueren en in staat ben om om te gaan met eventuele spanningen. Het gebruik van alternatieve evaluatievormen vind ik erg interessant om het proces dat dit teweeg brengt op te volgen.

    Ik hanteer verschillende evaluatievormen bij wijze van voorbeeld. Studenten leren op die manier de voor- en nadelen van elke evaluatievorm kennen alsook de aandachtspunten wanneer ze er zelf mee aan de slag willen gaan.

    Op het einde van de stage worden supervisiegesprekken georganiseerd waarin studenten zelf reflecteren over sterktes en werkpunten.

    Bij microteaching geven studenten elkaar punten. De criteria die ze hanteren, bepalen ze zelf.

    Soms geef ik studenten aandachtspunten / tools om elkaar te beoordelen. Dit kan handig zijn naar het didactisch handelen toe.

    Ik houd steevast een half uurtje vrij zodat studenten hun eigen gevoelens kunnen uiten over algemene vakken, examenroosters,…

Diversiteit positief benaderen

Als lerarenopleider benader je diversiteit op een positieve manier.

  • Je staat open voor diversiteit.
    --

    Ik ben oprecht geïnteresseerd in alle studenten, ongeacht hun achtergrond en status.

    Ik maak er geen probleem van dat de studenten een diversiteit van competenties vertonen.

    Ik stel mijn eigen referentiekader in vraag.

    Ik laat meerdere wegen toe om tot een oplossing te komen.

    Ik probeer op een constructieve manier met de aanwezige diversiteit om te gaan. Zo probeer ik mijn lespraktijk zo te organiseren dat de lessen diverse studenten met diverse competenties kunnen aanspreken en ga pas in tweede instantie op zoek naar mogelijke compenserende maatregelen.

    Ik luister naar wat de studenten te vertellen hebben en geef hen ook de ruimte om hun eigen mening te uiten tijdens de lessen. Ik probeer wat ze vertellen te linken aan de vakinhouden.

    Ik sta toe dat studenten zich op hun eigen manier uiten. Zo geef ik open opdrachten waarbij studenten zelf mogen kiezen hoe ze zullen tonen dat ze bepaalde leerstof onder de knie hebben.

    Ik stel me de vraag of diversiteit er bij mijn lessen toedoet. Maakt het iets uit of een student een hoofddoek draagt, homoseksueel is,…?

    Ik start mijn lessen met een reflectie. Ik breng verschillende methoden aan zodat studenten zelf kunnen zoeken naar wat hen het best ligt.

    Ik ga na of het bord en de slides die ik gebruik zichtbaar zijn voor iedereen.

    Ik laat ondersteunende technieken en hulp toe.

     Ik voorzie een digitale versie van mijn studiematerialen. 

  • Je schept een pedagogisch klimaat waar studenten zich "veilig" voelen, waar ze ruimte krijgen om zichzelf te zijn.
    --

    Ik treed op een positieve manier in interactie met de studenten. Ik moedig hen aan en stimuleer hen om hun eigen mening te uiten, opdrachten tot een goed eind te brengen,… zonder hun eigen visie / perspectief af te breken of te negeren. Hoe absurd een bepaald idee soms ook lijkt, door studenten hun ideeën te laten weergeven, hun creativiteit te laten gebruiken en hen toe te laten fouten te maken, komen er soms heel mooie dingen tot stand.

    Ik treed niet straffend of veroordelend op als studenten een woordje thuistaal of dialect praten, wel vestig ik de aandacht op het correct gebruik van het Nederlands. Taal hoeft echter niet de essentie te zijn tijdens elke les. Ik ben me er volledig van bewust dat het benadrukken van correct taalgebruik er immers toe kan leiden dat de spontaneïteit waarmee studenten een inbreng hebben in hun les verdwijnt.

    Ik stel me als lerarenopleider kwetsbaar op.

    Ik geef toe dat ook ik fouten kan maken.

    Ik maak duidelijke afspraken met de studenten:

    • Ik geef duidelijk grenzen aan.
    • Ik communiceer de doelen van de lessen / activiteiten.
    • Studenten hebben zicht op wat er verwacht wordt bij taken / examens.

     Bij de start van het academiejaar doe ik verschillende kennismakingsactiviteiten.

    Ik sta open voor suggesties van de studenten.

    Ik probeer alle studenten te motiveren door gebruik te maken van verschillende soorten studiematerialen, werkvormen en evaluatiemethoden.

  • Je bent je bewust van je eigen vooroordelen en stereotyperingen en probeert deze zo veel mogelijk te vermijden.
    --

    De leefwereld van de studenten is de wereld zoals de studenten hem beleven. Ik laat studenten dan ook zelf aangeven wat ze belangrijk vinden i.p.v. hun mening / visie te vooronderstellen.

    Ik probeer om zichtbare vormen van diversiteit (vb. dragen van de hoofddoek bij moslimstudenten) niet te overaccentueren. In gesprekken en discussies met studenten benader ik de student als een individu en niet als een vertegenwoordiger van een bepaalde groep.

    Ik probeer wat ik observeer niet meteen te interpreteren. Ik breng wat ik gezien heb terug binnen opdrachten in mijn lespraktijk en / of breng het ter sprake in mijn communicatie met de studenten. Ik ga na of mijn interpretatie klopt met hun reacties.

    Ik geef studenten een forum om zelf aan te geven wat zij onder diversiteit verstaan en hoe ze hiermee om kunnen gaan. Zo ontstaan er interessante discussies. Wat doet men bvb. als men een kind met autisme in de klas heeft?

Aandacht voor diversiteit

Als lerarenopleider heb je consequent aandacht voor diversiteit in de groep.

  • Op basis van gesprekken en observaties probeer je een genuanceerd beeld te vormen van je studenten.
    --

    Het risico bestaat om oordelen te vellen en meningen te formuleren die niet berusten op kennis, maar op vooroordelen die ontstaan door gewoonte en door wat je om je heen ziet of hoort. Al te gemakkelijk worden groepen mensen of individuen van een groep bepaalde eigenschappen toegeschreven op basis van stereotyperingen en veralgemeningen. Om anderen te leren kennen, is het belangrijk om mezelf bewust te worden van de vooroordelen en veralgemeningen die bij je leven en ze proberen bij te sturen.

    Mijn eigen houding en ingesteldheid is belangrijk om de diversiteit van studenten beter te benutten. Dit betekent dat ik uitga van het principe van “breed observeren” wat inhoudt dat ik oog heb voor de ervaringen en zienswijzen van de studenten. Dit kan door:

    • Het bekijken van studenten als “individuen” (eerder dan als lid van één of andere groep).
    • Het bewust kijken naar de verscheiden leefwereld van studenten.
    • Het kijken naar wie studenten zijn en hoe ze dagelijks met elkaar omgaan.
    • Het gericht zoeken naar kwaliteiten van studenten.
    • Het kijken naar wat voor de studenten zelf belangrijk is in welke situatie.

    Bij de start van het academiejaar voer ik kringgesprekken met de studenten. Ik probeer aan de hand van de kringgesprekken zicht te krijgen op wie de studenten zijn, waarom ze voor deze opleiding kozen, wat hen bezig houdt,…

    Tijdens het eerste jaar maken studenten op basis van eigen reflecties hun onderwijsbiografie. Hierdoor krijgen we zicht op de schoolloopbaan die een student tot nu toe doorlopen heeft, alsook op de beleving van de student hierbij. De onderwijsbiografie hanteren we als uitgangspunt voor een gesprek tussen student en lerarenopleider.

    Om de studenten te observeren, hanteer ik een aantal richtvragen:

    • Wat is de interessesfeer van de studenten?
    • Welke kennis en vaardigheden (ook niet-schoolse) bezitten de studenten reeds?
    • Gedragen de studenten zich als één groep? Zijn er subgroepen? Hoe verhouden die subgroepen zich ten opzichte van elkaar?
    • Welke omgangsvormen hanteren de studenten?
    • Wat zijn de statusposities van de studenten?

    Binnen de lerarenopleiding werken we met leergroepen van een vijftiental studenten. De leergroepen tellen als een opleidingsonderdeel en komen 4 à 5 keer samen in een academiejaar. Een vaste lerarenopleider begeleidt de leergroepen waardoor deze de kans krijgt om de groep studenten beter te leren kennen. Tijdens de leergroepen treden we vooral in gesprek met de studenten rondom een aantal thema’s bvb. de verschillen in onderwijsvisie.

    In kader van stagebegeleiding voer ik individuele gesprekken met studenten.

    Het werken met supervisiegroepen zorgt ervoor dat ik studenten op een andere manier leer kennen.

    Sterktes en zwaktes worden afgeleid uit de presentaties die studenten doen.

    Waar mogelijk gaan er naast de formele, informele contacten door.

    Ik schep voldoende ruimte om zicht te krijgen op het leervermogen, de leerstijl, de taalvaardigheid, talenten, sociaal-emotionele ontwikkeling, leefwereld en buitenschoolse interesses van studenten. Niet enkel wat en hoe studenten leren, maar ook hun eigen interesses, manieren van denken, sociale relaties,… maken deel uit van het beeld dat ik van mijn studenten probeer te vormen.

    Wanneer ik studenten tegenkom in de cafetaria, sla ik met hen een praatje. Het hoeft daarom niet altijd over de lessen te gaan. Gewoon een luisterend oor bieden voor waar ze nu mee bezig zijn, kan me helpen om hun leefwereld beter te leren kennen.

    Ik laat kansen om de diversiteit eruit te laten komen en als een meerwaarde te beschouwen van mijn onderwijs. Bijvoorbeeld in het project diversiteit zijn talenten duidelijk te zien en vaak is dat verrassend. De studenten zeggen dat ze zich hebben kunnen uitleven en ze appreciëren dit.

    Ik vind het belangrijk dat ik mijn blik op mijn studenten en hun mogelijkheden open houd. Het risico dat mijn handelen bepaald wordt door mijn –soms negatieve- indruk van de achtergrond van de studenten is reëel. Ik ben me ervan bewust dat mijn perceptie van de student en hun achtergrond mijn verwachtingen beïnvloedt. En via deze verwachtingen ook mijn gedrag, zowel in positieve als in negatieve zin. Daarom sta ik regelmatig stil bij hoe ik over de studenten denk en probeer ik mijn perceptie te staven aan de hand van concrete voorbeelden.

  • Je hebt oog voor de noden en behoeften van studenten.
    --

    Ik heb aandacht voor de financiële situatie van alle studenten. Dit betekent niet noodzakelijk dat ik op de hoogte ben van de financiële situatie van elke student, tenslotte behoort dit tot de privésfeer, maar ik let er wel op om de kosten niet te laten oplopen. Ik maak bvb. enkel kopieën van zaken die studenten zeker nodig hebben en kopieer recto verso. Op die manier hoop ik dat de kosten voor kopieën niet te hoog oplopen.

    Ik houd rekening met feestdagen en culturele gewoontes van studenten en beschouw dit als een rijkdom.

    Als iemand een les niet kon volgen, verwijs ik niet enkel door naar medestudenten, maar ben ik zelf ook beschikbaar voor extra uitleg.

    Ik voorzie op vrijwillige basis extra contacturen voor studenten bvb. voorzien van uurtje om vragen te stellen. extra les plannen als ik merk dat er knelpunten worden vastgesteld bij studenten.

    Ik benadruk dat studenten bij mij in alle vertrouwen terecht kunnen met hun vragen. Dit jaar hadden we een moslim die graag een plaats had om zijn gebeden uit te voeren. Binnen de opleiding hebben we bekeken hoe we dit zouden kunnen oplossen. Naar aanleiding van de vraag werd er een lokaal voorzien waar moslimstudenten kunnen bidden.

    Studenten met dyslexie krijgen meer tijd om hun examens af te leggen. Het cursusmateriaal wordt ook digitaal ter beschikking gesteld zodat een voorleesprogramma de studenten kan helpen bij de verwerking van de leerinhouden.

    Studenten met een taalachterstand kunnen instappen in een taalcoachingstraject. Er worden workshops georganiseerd, zowel voor als door de studenten.

  • Je hebt aandacht voor de sociale relaties zoals wisselende statusposities, vriendschappen en conflicten tussen studenten.
    --

    Ik heb aandacht voor de relatie tussen de studenten. Wanneer ik problemen bespeur bij bvb. een groepswerk, spreek ik de studenten aan en probeer ik samen met hen tot een oplossing te komen.

    Ik ga aan de hand van peerassessment na hoe de samenwerking verliep bij groepsopdrachten.

    Studenten kunnen zelf aangeven met wie ze een duostage willen lopen.

    Binnen groepsdynamica gaan we bepaalde zaken toepassen op de studenten zelf. Zo hanteren we bvb. de roos van Leary om na te gaan wat eigen voorkeurhoudingen en voorkeurhoudingen van medestudenten zijn.

    Ik engageer me om betrokken te zijn bij activiteiten die studenten organiseren of die uitgaan van de studentenclub bvb. door te helpen bij een kerstfeestje. Studenten appreciëren dit enorm en het biedt mezelf de mogelijkheid om de studenten op een andere manier te leren kennen.

  • Je probeert zicht te krijgen op de verschillende competenties van studenten.
    --

    Ik houd er rekening mee dat studenten geen onbeschreven blad zijn wanneer ze bij ons les volgen. Studenten hebben reeds een heel traject achter de rug, zowel binnen een schoolse context (specifieke vooropleiding, keuzevakken,…) als daarbuiten (competenties opgedaan in hun vrije tijd bvb. jeugdbeweging, zelfstudie,…).

    Ik probeer zo veel mogelijk gebruik te maken van de voorkennis van studenten. Onder andere door in te gaan op spontane reacties van studenten, overleg te hebben met collega’s over studenten,…

    Binnen het vak groepsmanagement starten we met een analyse van gemeenschappelijke sterktes. Op het einde van het academiejaar kijken we naar de evolutie die we als groep maakten. Dit kan omdat de groep relatief klein is (ongeveer 20 studenten) en vaak samen les heeft waardoor studenten elkaar goed kennen en zich veilig voelen in de les.

    De studenten houden een stageportfolio bij. Op die manier krijgen studenten niet enkel zich op hun eigen competenties, ook ik kan de studenten vanuit een ander perspectief bekijken.

    Ik ben bereid om niet enkel te kijken naar de zaken die ik binnen mijn opleidingsonderdeel moet evalueren, andere zaken zoals bvb. creativiteit kunnen echt bijdragen tot het geven van goede lessen.

    Ik stimuleer studenten om tijdens stages ook buitenschoolse competenties binnen te brengen in de lessen die ze geven. Zo behoort breien niet meer tot het leerplan van het lager onderwijs, maar heeft een student hier toch les over gegeven.

    Ik laat studenten zelf hun competenties naar voor brengen. Ik gebruik werkvormen waarbij ik een beroep doe op de verschillende competenties (sociale, talige, creatieve, …) van studenten.

    Studenten houden een logboek bij. Aan de hand van stagegesprekken leer ik mijn studenten vaak op een andere manier kennen.

    Op regelmatige tijdstippen bekijk ik de kijkwijzer breed observeren. Ik ga na in welke mate ik per competentie een voorbeeld voor ogen kan houden. Als ik bij bepaalde competenties niets kan bedenken, betekent dit dat ik meer ruimte in mijn lespraktijk moet creëren om aan de desbetreffende competentie te werken / in kaart te brengen.

Subscribe to RSS - Lerarenopleider