Kwaliteitsvolle interactie

De student leert kinderen en jongeren begeleiden tot kwaliteitsvolle interactie met elkaar en met anderen.

De grote troef van samenwerken met anderen is dat uiteenlopende perspectieven sneller naar voor komen en kunnen leiden tot gezamenlijke opbouw van kennis. Dit helpt de eigen interne kaders te verfijnen en verder te ontwikkelen. Samenwerkend leren heeft veel voordelen, met name meer kennisverwerving, een positieve invloed op de motivatie en leerhouding, de ontwikkeling van sociale vaardigheden en hogere denkvaardigheden, het verbeteren van relaties tussen verschillende groepen,…

Bij interactie in heterogene groepen vergroten de kansen op leren omgaan met diversiteit en de sociale spanningen die daaruit voortvloeien: de verschillen zijn groter en veelzijdiger en er moet meer worden onderhandeld. Het vormen van heterogene groepen kent echter ook grenzen. Als de verschillen (naar bekwaamheid, taalvaardigheid, interesses,…) te groot zijn, zal de groep niet tot leren komen en biedt interne differentiatie weinig soelaas.

Vanuit deze aanname is het belangrijk dat studenten kinderen en jongeren leren begeleiden tot kwaliteitsvolle interactie met elkaar en met anderen.

Subcompetenties

  • De student maakt regelmatig gebruik van werkvormen waarbij leerlingen elkaar moeten helpen om tot resultaat te komen.
  • De student maakt regelmatig gebruik van werkvormen waarbij leerlingen met elkaar moeten samenwerken om tot resultaat te komen.
  • De student laat in de lespraktijk consequent ruimte voor dialoog, discussie en reflectiemomenten.
  • De student laat leerlingen regelmatig in heterogene groepen samenwerken aan taken of opdrachten.

Omgaan met diversiteit in het beroepsprofiel en de basiscompetenties van de leraar

1. Functioneel geheel 1: de leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen

1.7. Realiseren van een ontwikkelingsbevorderende omgeving met aandacht voor de heterogeniteit van de groep

Attitudes:

  • A5 organisatievermogen: erop gericht zijn de taken zo te plannen, te coördineren en te delegeren, dat het beoogde doel op een efficiënte manier bereikt kan worden.

Evalueren & observeren

Als veel studenten (niet) goed scoren met betrekking tot deze competentie, hoe zou je dit kunnen verklaren?

De aanwezigheid van deze competentie kunnen we evalueren tijdens proeflessen, tijdens stages, vanuit de stagemap, tijdens intervisies, …

 Het is aangewezen om deze competentie te bekijken vanuit verschillende perspectieven:

  • Perspectief van medestudenten
  • Perspectief van student zelf bvb. aan de hand van een portfolio
  • Perspectief van de lerarenopleider
  • Perspectief van de stagementor
  • Perspectief van de kinderen / jongeren (o.a. zelf- en peerevaluatie bij coöperatieve werkvormen)

Observatieschema:

Lesinhoud / context:

 

Groep:

Beoordelaar:

 

 

Competentie:  De student leert kinderen en jongeren begeleiden tot kwaliteitsvolle interactie met elkaar en met anderen.

 

 

 

 

Datum

 

-

 

 

+/-

 

+

 

++

 

Waarom geef je deze score?

Staaf met voorbeelden.

De student maakt gebruik van werkvormen waarbij leerlingen elkaar moeten helpen om tot resultaat te komen.

 

 

 

 

 

 

De student maakt gebruik van werkvormen waarbij leerlingen met elkaar moeten samenwerken om tot resultaat te komen.

 

 

 

 

 

 

De student gebruikt bij groepswerk een structuur die leidt tot gedeelde verantwoordelijkheid o.a. rollen, verdeelde informatie,…

 

 

 

 

 

 

De student spreekt de kinderen / jongeren aan op hun verantwoordelijkheid voor het eigen gedrag. Hij houdt daarbij rekening met verschillen in mogelijkheden.

 

 

 

 

 

 

De student laat ruimte voor dialoog, discussie en reflectiemomenten.

 

 

 

 

 

 

De student laat spontane interactie van kinderen / jongeren toe.

 

 

 

 

 

 

De student stimuleert interactie door het geven van open opdrachten.

 

 

 

 

 

 

De student maakt een doordachte groepssamenstelling.

 

 

 

 

 

 

        

 

-           Moet verbeteren, er wordt meer verwacht

+/ -      Aanvaardbaar

+          Goed, voldoet aan de verwachtingen

++       Uitstekend, overtreft de verwachtingen

Activiteiten

Interpreteren & analyseren

  • In welke mate zijn studenten bekend met structuren voor coöperatief leren en randvoorwaarden (attitudes ontwikkelen, infrastructuur, schoolvisie,…)?
  • In welke mate zijn studenten bekend met strategieën om de individuele aanspreekbaarheid en gedeelde verantwoordelijkheid van kinderen / jongeren te stimuleren?
  • Hebben studenten voldoende kennis en een open houding ten aanzien van conflicten? Weten studenten bvb. hoe ze ervoor kunnen zorgen dat een conflict niet escaleert, hoe ze om kunnen gaan met meningsverschillen,…)?
  • Organiseer je je lessen zo dat studenten mekaar moeten helpen en samenwerken om tot een resultaat te komen?
  • Hebben de studenten al voldoende ervaring kunnen opdoen over wat samenwerken in groep betreft?
  • Ga je bewust om met je groepssamenstelling? Stel je bvb. zelf je groepen samen of laat je studenten kiezen met wie ze samenwerken? Als je je groepen zelf samenstelt, welke criteria hanteer je dan? Reflecteer je hierover met de studenten?

Mogelijke acties

  • Moedig iedereen aan om actief naar elkaar te luisteren.
  • Laat voldoende ruimte voor dialoog en reflectiemomenten.
  • Schuw controversiële onderwerpen niet. Houd er wel rekening mee dat verschillende standpunten aan bod komen, ook als deze niet overeenstemmen met het eigen standpunt. Een aantal tips die je hierbij kunnen helpen zijn:
    • Stel meningen niet voor als feiten.
    • Profileer jezelf niet als enige autoriteit over de controverse.
    • Voor zover mogelijk, geef geen relaas van de standpunten van anderen maar laat de eisen en beweringen voor zich spreken.
    • Uit je eigen voorkeuren ook niet op een onbewuste manier: gezichtsuitdrukkingen, gebaren,…
    • Laat geen correct standpunt doorschemeren in de keuze van diegenen die mogen antwoorden.
    • Neem een vogelperspectief aan, bekijk de discussie vanuit de hoogte.
    • Ga in tegen te snel bereikte consensus: stel kritische vragen die ertoe leiden dat ook andere standpunten of nuances worden overwogen.
    • Laat studenten een stap terug nemen als het te “heet “ wordt. Vraag hen hoe hun reacties het onderwerp weerspiegelen.

Bron:Vormen vzw, educatief pakket "Controversiële onderwerpen in de klas"  

  • Neem vooral een begeleidende rol aan om de interactie tussen studenten niet af te remmen.
  • Wissel af in groeperingsvorm (individueel, per twee, in groep).
  • Houd rekening met de volgende aandachtspunten als je studenten in groep laat samenwerken:
      • Werk afwisselend in homogene en heterogene groepen.
      • Groepen van 4 à 5 studenten zijn ideaal om goede interactie te stimuleren.
      • Zorg voor een goede en duidelijke organisatie en opstelling in het lokaal (Stimuleert de opstelling werken in groep? Kunnen studenten gemakkelijk contact leggen met elkaar? Waar bevind jij je in het lokaal? Ben je vlot bereikbaar?).
      • Denk na over de groepssamenstelling: hoe stimuleert de groepssamenstelling interactie?
      • Hanteer activerende werkvormen waarbij studenten elkaar moeten helpen en moeten samenwerken om tot resultaat te komen. Gebruik hierbij uitdagende taken zodat de intensiteit van de interactie tussen studenten gestimuleerd wordt.
      • Hoe zorg je ervoor dat elke student verantwoordelijk is voor de eigen inbreng én het resultaat van de opdracht?

Concrete inhouden & activiteiten

Uitwerking

Lenny Gerinckx

Projectmedewerker  “Bruggen bouwen voor gelijke onderwijskansen”, Steunpunt Diversiteit en Leren

 Bronnen:

 De uitwerking kwam tot stand i.s.m. de lerarenopleidingen van de partnerinstellingen van het project “Bruggen bouwen voor gelijke onderwijskansen”.