Diversiteit positief benaderen

Als lerarenopleider benader je diversiteit op een positieve manier.

  • Je staat open voor diversiteit.
    --

    Ik ben oprecht geïnteresseerd in alle studenten, ongeacht hun achtergrond en status.

    Ik maak er geen probleem van dat de studenten een diversiteit van competenties vertonen.

    Ik stel mijn eigen referentiekader in vraag.

    Ik laat meerdere wegen toe om tot een oplossing te komen.

    Ik probeer op een constructieve manier met de aanwezige diversiteit om te gaan. Zo probeer ik mijn lespraktijk zo te organiseren dat de lessen diverse studenten met diverse competenties kunnen aanspreken en ga pas in tweede instantie op zoek naar mogelijke compenserende maatregelen.

    Ik luister naar wat de studenten te vertellen hebben en geef hen ook de ruimte om hun eigen mening te uiten tijdens de lessen. Ik probeer wat ze vertellen te linken aan de vakinhouden.

    Ik sta toe dat studenten zich op hun eigen manier uiten. Zo geef ik open opdrachten waarbij studenten zelf mogen kiezen hoe ze zullen tonen dat ze bepaalde leerstof onder de knie hebben.

    Ik stel me de vraag of diversiteit er bij mijn lessen toedoet. Maakt het iets uit of een student een hoofddoek draagt, homoseksueel is,…?

    Ik start mijn lessen met een reflectie. Ik breng verschillende methoden aan zodat studenten zelf kunnen zoeken naar wat hen het best ligt.

    Ik ga na of het bord en de slides die ik gebruik zichtbaar zijn voor iedereen.

    Ik laat ondersteunende technieken en hulp toe.

     Ik voorzie een digitale versie van mijn studiematerialen. 

  • Je schept een pedagogisch klimaat waar studenten zich "veilig" voelen, waar ze ruimte krijgen om zichzelf te zijn.
    --

    Ik treed op een positieve manier in interactie met de studenten. Ik moedig hen aan en stimuleer hen om hun eigen mening te uiten, opdrachten tot een goed eind te brengen,… zonder hun eigen visie / perspectief af te breken of te negeren. Hoe absurd een bepaald idee soms ook lijkt, door studenten hun ideeën te laten weergeven, hun creativiteit te laten gebruiken en hen toe te laten fouten te maken, komen er soms heel mooie dingen tot stand.

    Ik treed niet straffend of veroordelend op als studenten een woordje thuistaal of dialect praten, wel vestig ik de aandacht op het correct gebruik van het Nederlands. Taal hoeft echter niet de essentie te zijn tijdens elke les. Ik ben me er volledig van bewust dat het benadrukken van correct taalgebruik er immers toe kan leiden dat de spontaneïteit waarmee studenten een inbreng hebben in hun les verdwijnt.

    Ik stel me als lerarenopleider kwetsbaar op.

    Ik geef toe dat ook ik fouten kan maken.

    Ik maak duidelijke afspraken met de studenten:

    • Ik geef duidelijk grenzen aan.
    • Ik communiceer de doelen van de lessen / activiteiten.
    • Studenten hebben zicht op wat er verwacht wordt bij taken / examens.

     Bij de start van het academiejaar doe ik verschillende kennismakingsactiviteiten.

    Ik sta open voor suggesties van de studenten.

    Ik probeer alle studenten te motiveren door gebruik te maken van verschillende soorten studiematerialen, werkvormen en evaluatiemethoden.

  • Je bent je bewust van je eigen vooroordelen en stereotyperingen en probeert deze zo veel mogelijk te vermijden.
    --

    De leefwereld van de studenten is de wereld zoals de studenten hem beleven. Ik laat studenten dan ook zelf aangeven wat ze belangrijk vinden i.p.v. hun mening / visie te vooronderstellen.

    Ik probeer om zichtbare vormen van diversiteit (vb. dragen van de hoofddoek bij moslimstudenten) niet te overaccentueren. In gesprekken en discussies met studenten benader ik de student als een individu en niet als een vertegenwoordiger van een bepaalde groep.

    Ik probeer wat ik observeer niet meteen te interpreteren. Ik breng wat ik gezien heb terug binnen opdrachten in mijn lespraktijk en / of breng het ter sprake in mijn communicatie met de studenten. Ik ga na of mijn interpretatie klopt met hun reacties.

    Ik geef studenten een forum om zelf aan te geven wat zij onder diversiteit verstaan en hoe ze hiermee om kunnen gaan. Zo ontstaan er interessante discussies. Wat doet men bvb. als men een kind met autisme in de klas heeft?