Totale onderwijsleerproces

Als lerarenopleider integreer je diversiteit in het totale onderwijsleerproces van studenten.

  • Je gaat gericht op zoek naar vormen van diversiteit bij de studenten en benut deze in het leerproces.
    --

    Diversiteit omvat alle mogelijke verschillen die kunnen bestaan tussen mensen die in onze maatschappij samenleven. Ik zie diversiteit niet alleen als etnische en culturele verschillen, maar ook als verschillen in interesses, leerstijlen, vaardigheden,… Ik probeer te achterhalen waar de sterktes van de verschillende studenten liggen en benut deze in het leerproces.

    Ik speel in op verschillende leerstijlen.

    Bij muzische vorming kunnen studenten kiezen tussen verschillende instrumenten. Niet iedereen hoeft met een blokfluit aan de slag. Ik maak dit expliciet duidelijk.

    Ik werk vaak met rollen. De rollen worden benoemd en goed uitgeschreven. Bvb. zaken opzoeken, teksten samenvatten, contacten leggen,… De studenten kiezen zelf welke rol ze zullen invullen op basis van de eigen competenties. De achterliggende idee is dat studenten zien hoe iemand anders een bepaalde taak aanpakt en aldus leert vanuit observatie.

    Bij het afstandsonderwijs proberen we een community met externen te vormen. Op die manier kunnen er in een discussie verschillende perspectieven aan bod komen.

  • Je bouwt variatie in je didactische praktijk in.
    --

    Ik leid studenten op om leraar te worden. In het kader van diversiteit is het belangrijk dat ik bij het hanteren van werkvormen model sta voor de werkvormen die studenten in hun eigen lespraktijk moeten hanteren. Afhankelijk van het doel en de inhoud, maak ik gebruik van

    • Activerende werkvormen waarbij studenten elkaar moeten helpen en samenwerken om resultaat te bereiken (zie kwaliteitsvolle interactie, je maakt regelmatig gebruik van werkvormen waarbij studenten elkaar moeten helpen en met elkaar moeten samenwerken om tot resultaat te komen).
    • Afwisseling in werkvorm (individueel, in paren of in groep) én organisatievorm (klassikaal, projectwerk, zelfstandig, begeleid, instructiegericht,…).
    • Open vragen of het peilen naar meningen tijdens bvb. een onderwijsleergesprek zodat studenten met elkaar en met de lesgever in discussie gaan. Op die manier krijgen we zicht op de verschillende perspectieven van waaruit we naar studenten kijken (zie diversiteit positief benaderen).

    Ik reflecteer samen met de studenten op mijn eigen manier van werken om studenten bewust te maken van het belang en de meerwaarde van het hanteren van verschillende werkvormen.

    Ik hanteer verschillende werkvormen binnen mijn didactische praktijk o.a. klasdoorbrekend werken, individueel werk, begeleid zelfstandig leren, projectwerk, coöperatieve werkvormen, afstandsonderwijs,…

    In de mate van het mogelijke werk ik met authentieke situaties bvb. werken met getuigenissen, levensechte cases,…

    Ik maak gebruik van digitale wegen (adobe connected, MSN) om gesprekken met studenten te voeren.

    De bacheloropleidingen "Bachelor in Onderwijs: kleuteronderwijs" en "Bachelor in Onderwijs: lager onderwijs" werken samen aan een project muzische vorming.

    Derdejaarsstudenten doen de presentaties hedendaagse onderwijssystemen voor tweedejaarsstudenten.

    Studenten uit verschillende groepen volgen een gastcollege met een discussiemoment achteraf. Dit spijst de discussie.

    Studenten van de lerarenopleiding tutoren eerstejaarsstudenten inzake taalvaardigheid, leren leren,…

    Derdejaarsstudenten zijn meter van eerstejaarsstudenten om hen wegwijs te maken in de opleiding.

    Ook in het afstandsonderwijs zijn diverse werkvormen mogelijk. Ik hanteer bvb. een mix van werkvormen om het geheel boeiend houden. De invulling is afhankelijk van het vak: individuele opdrachten, groepsopdrachten, zelfstudie, combinatie met fysieke aanwezigheid in de klas,…

    In de opbouw van leerpaden, probeer ik divers te werken door een combinatie te maken van aanreiken van leerstof, discussie via audio, discussie via fora, …

  • Je stimuleert uitdrukkelijk de eigen inbreng van studenten.
    --

    Ik bied studenten regelmatig de kans om zelf leerinhouden aan te brengen en lesinhouden mee op te bouwen.

    Studenten stellen hun eigen leerdoelen voorop.

    Tijdens het eerste jaar maken studenten op basis van eigen reflecties hun onderwijsbiografie. Hierdoor krijgen we zicht op de schoolloopbaan die een student tot nu toe doorlopen heeft, alsook op de beleving van de student hierbij. De onderwijsbiografie hanteren we als uitgangspunt voor een gesprek tussen student en lerarenopleider.

    In kader van gelijke onderwijskansen, maak ik gebruik van het portfolio GOK-competenties binnen de lerarenopleiding.  Via dit portfolio worden studenten aangezet om hun eigen leerproces inzake de competenties in kaart te brengen en het vervolg van hun leertraject te bepalen.

    In het kader van een project of groepsopdracht laat ik de studenten zelf nadenken over de doelen en de criteria waaraan een goed project of groepsopdracht moet voldoen.

    In kader van buitengewoon onderwijs vertrekken we vanuit ervaringen uit de eigen leefwereld. Dit wordt uitgewerkt in deelopdrachten. De studenten werken in samenwerking met de scholen buitengewoon onderwijs hun opdrachten uit.

    Bij studenten die werken, spelen we voortdurend in op de eigen inbreng en eigen noden van studenten.

    We maken gebruik van dieptecoaching. Het voeren van gesprekken in dit kader staat volledig los van evaluatie. Op deze manier laten de studenten voorbeelden naar boven komen, waar ze er dit bij een koppeling aan evaluatie niet zouden doen.

    In kader van de bachelorproef brengen studenten een eigen onderwerp in of kiezen ze een onderwerp vanuit een lijst. Zelfs bij keuze uit lijst, is de inhoud nog vrij open.

    In het tweede jaar is er een verplichte projectweek. Groepjes studenten werken een project volledig uit. Ze kiezen in kader van hun vak zelf een thema, bepalen wat ze zullen doen en hoe ze dit zullen uitwerken, leggen contacten met het werkveld,… Op het einde van de week presenteren de studenten hun projecten.

    Na mijn les ga ik altijd na hoe de studenten zelf de les ervaren hebben. Ik doe dit soms aan de hand van de beschrijving van een recept / maaltijd. Bvb. de les heeft me goed gesmaakt, was pikant,… Dergelijke manier van werken spreekt de studenten erg aan en spoort hen aan om diep na te denken over de les.

  • Je bouwt differentiatie in in je lespraktijk.
    --

    Om zo goed mogelijk in te spelen op de diversiteit tussen studenten, differentieer ik op verschillende manieren (op vlak van tempo, interesses, inhoud, werkvormen, media, mate van ondersteuning, wijze van ondersteuning, materiaal, doelen, evaluatie). Zo kunnen studenten bijvoorbeeld verschillende inhouden op hun eigen tempo doorlopen, stel ik verschillende inhouden en manieren van werken voor om dezelfde competenties te verwerven waardoor studenten zelf keuzes kunnen maken, gebruik ik een brede waaier aan lesmaterialen,…

    Als lector lichamelijke opvoeding, maak ik filmpjes van choreografieën en plaats deze online zodat mensen die afwezig waren toch nog input hebben over de les. Anderen kunnen het filmpje gebruiken bij wijze van herhaling.

    Alles wat via leerpaden wordt aangeboden is een mix van audio, video,… om tegemoet te komen aan de wensen van cursisten.

    Ik geef op vrijwillige basis een extra les zodat studenten vragen kunnen stellen, leerstof die ze moeilijk vinden nog eens samen met mij kunnen overlopen,...

    Door te werken met een digitaal forum is het eenvoudig om studenten bijkomende leerstof aan te reiken indien ze dit wensen of om te verwijzen naar andere leerinhouden.

    In de cursus verwijs ik geheel vrijblijvend naar interessante artikels, boeken,… Soms merk ik dat studenten dit aanwenden naar aanleiding van eigen interesses, zaken die ze op stage tegenkwamen,…

    Ik stimuleer studenten om zich te verdiepen in thema’s die niet in het leerpakket zitten. 

  • Je laat een brede waaier van talenten en competenties aan bod komen tijdens het leerproces.
    --

    De talenten en competenties waar ik me op richt zijn op zichzelf heel breed. Het gaat zowel om de eerder schoolse invullingen (taal, wiskunde, vakinhouden, zelfsturend werken, reflectievermogen,…) als om invullingen die niet altijd aan school worden gelinkt (creativiteit, handvaardigheid,…).

    Studenten kiezen zelf manier om iets te presenteren. Bvb. naar aanleiding van projectweek diversiteit. De presentaties zijn uiteenlopend: toneeltjes, PowerPoint,…

    In kader van groepsmanagement krijgen de cursisten een aantal opdrachten waaruit ze er enkele kunnen selecteren.

  • Je maakt tijd en ruimte vrij voor spontaan en informeel leren.
    --

    Ik ben voldoende flexibel om in te spelen op vragen van studenten. Ik bekijk waar ik de eindtermen / ontwikkelingsdoelen kan linken aan vragen / verhalen van studenten.

    Ik durf mijn lesvoorbereiding loslaten en toegeven dat ik een aantal zaken ook niet weet en moet opzoeken.

    Ik ga in op wat studenten zeggen. Ik zit er niet mee om van mijn vooropgestelde les af te wijken als er zich een situatie voordoet.

    In de les sta ik een vijftiental minuten stil bij de problematiek van de week.

    Vb. iemand moest straf geven,

    • Hoe heb je dit aangepakt?
    • Hoe voelde je je hier bij?
    • ….

    Vb. Waar ben je deze week tegenaan gebotst?

    Ik start de les met een vragenronde. Dit is zeker nuttig wanneer studenten vanuit hun stage komen.

  • Je gaat op zoek naar verbindingen tussen binnen- en buitenschoolse leerervaringen van studenten.
    --

    Ik probeer de nieuwsgierigheid van studenten te prikkelen door leerinhouden te vertalen naar een intrigerende en fascinerende probleemstelling. Hiervoor zoek ik naar opdrachten die aansluiten bij de belangstelling en leefwereld van studenten.

    Ik heb oog voor ervaringen van studenten vanuit wat studenten gezien hebben op vakantie, op het nieuws, binnen hun jeugdbeweging, gebeurtenissen binnen de familie… en breng dit binnen.

    In de opleiding informatica filmen studenten vanuit eigen interesses i.p.v. vanuit een opgelegde opdracht.

    Binnen onze opleiding maken we films om de buitenwereld binnen te brengen i.p.v. gebruik te maken van boeken,…

    Buitenschoolse ervaringen binnen schoolcontext bvb. bezoek parlement, musea, wereldcentrum, foyer, … Deze bezoeken zijn inherent aan de vakken bvb. bezoek zwin bij biologie.

    Studenten gaan op tweedaagse participatiestage waar ze allerlei educatieve activiteiten doen.

    Aan elke module wordt er een buitenschoolse opdracht gekoppeld. Vb. leerinhouden modules aftoetsen op de scholen.

  • Je screent je lesmateriaal op omgaan met diversiteit (diversiteitstoets).
    --

    Ik onderwerp mijn lesmateriaal aan een aantal diversiteitscriteria, nl.

    • Normaliteit: diversiteit wordt voorgesteld als een normaal fenomeen waar iedereen dagelijks in verschillende situaties mee te maken heeft. Diversiteit in de samenleving moet je kunnen aflezen uit gewone, veelgebruikte teksten, audiovisueel en andersoortig materiaal.
    • Meervoudige identiteiten: individuen en groepen laat men zien als gewone, unieke mensen die met elkaar omgaan in alledaagse situaties, verschillende contexten en wisselende omstandigheden
    • Onbevooroordeeldheid: vooroordelen, stereotypen en veralgemeningen worden waar mogelijk en wenselijk vermeden. Uitspraken over groepen in de samenleving berusten op evenwichtige, correcte informatie
    • Discriminatie en beeldvorming: er is aandacht voor en er worden inzichten geboden in de oorzaken en werking van racisme, discriminatie en beeldvorming (vooroordelen, stereotypen, veralgemeningen…).
    • Multiperspectiviteit: verschillende perspectieven op gebeurtenissen, contexten en personen komen aan bod. Dit betekent ook dat het etno- en eurocentrisch perspectief op de geschiedenis en de wereld wordt doorbroken, dat er aandacht wordt besteed aan het onzichtbaar gemaakte verleden van minderheidsgroepen in de samenleving
    • Interactie en variatie: aangeboden activiteiten en taken vertrekken systematisch van interactie: het leren met en van elkaar. Het geheel aan activiteiten en taken is ook zo vormgegeven dat een gevarieerd aanbod van interactiewijzen, werkvormen, leerstijlen kan worden ingezet.
    • Authenticiteit: oefeningen, taken en bronnen worden voorzien die uitzicht geven op authentieke, realistische leeromgevingen.
    • Toegankelijkheid: tekstinhouden zijn gesteld of hertaald in een voor iedereen toegankelijke taal. Ik gebruik verschillende media.

     Bron: Verstraete, Eva. (2006). Vlaamse leermiddelen onder de loep. Op zoek naar het interculturele gehalte. UGent: Steunpunt Diversiteit en Leren.  

    Voorbeelden

    Ik laat de studenten hun mening geven over mijn studiemateriaal aan de hand van een bevraging. Bvb. via Focus (instrument ontwikkeld i.s.m. provincie Oost-Vlaanderen voor een project rond diversiteit).

    Samen met een collega bekijk ik mijn lesmateriaal aan de hand van een aantal diversiteitscriteria (normaliteit, meervoudige identiteiten, onbevooroordeeldheid, discriminatie en beeldvorming, multiperspectiviteit, interactie en variatie, authenticiteit, toegankelijkheid).

  • Je evalueert breed.
    --

    Betekenis:

    Breed evalueren betekent kijken naar een persoon in zijn geheel, naar zijn talenten en mogelijkheden, vanuit verschillende invalshoeken, gemeten met verschillende instrumenten en in verschillende contexten geobserveerd.

    (Bron: visietekst breed evalueren GOK, competentiegericht evalueren; 17/01/2008)

    Voorbeelden:

    Ik gebruik verschillende manieren om in kaart te brengen in welke mate studenten de beroepscompetenties omgaan met diversiteit reeds bezitten en wat werkpunten zijn. Zo ga ik in gesprek met de stagementoren, laat ik de studenten zelf het screeningsinstrument omgaan diversiteit (DISCO) invullen, maakt omgaan met diversiteit een deel uit van het verslag dat studenten schrijven in kader van hun stage, …

    Ik ga de meerwaarde na van een assessmentvorm vooraleer er gebruik van te maken.

    Ik stem de gehanteerde evaluatievormen af op de module en vakinhouden. Ik zorg ervoor dat ik voldoende tijd neem om te evalueren en in staat ben om om te gaan met eventuele spanningen. Het gebruik van alternatieve evaluatievormen vind ik erg interessant om het proces dat dit teweeg brengt op te volgen.

    Ik hanteer verschillende evaluatievormen bij wijze van voorbeeld. Studenten leren op die manier de voor- en nadelen van elke evaluatievorm kennen alsook de aandachtspunten wanneer ze er zelf mee aan de slag willen gaan.

    Op het einde van de stage worden supervisiegesprekken georganiseerd waarin studenten zelf reflecteren over sterktes en werkpunten.

    Bij microteaching geven studenten elkaar punten. De criteria die ze hanteren, bepalen ze zelf.

    Soms geef ik studenten aandachtspunten / tools om elkaar te beoordelen. Dit kan handig zijn naar het didactisch handelen toe.

    Ik houd steevast een half uurtje vrij zodat studenten hun eigen gevoelens kunnen uiten over algemene vakken, examenroosters,…