Maatschappelijke verantwoordelijkheid

Je ziet je eigen maatschappelijke verantwoordelijkheid en handelt ernaar.

  • Je onderschrijft dat omgaan met diversiteit een competentie is die men voor alle studenten in de opleiding moet nastreven.
    --

    Ik streef na dat studenten inzicht verwerven in de veelheid van manieren waarop mensen op elkaar kunnen lijken of van elkaar verschillen, o.a. sekse en seksuele voorkeur, etnische afkomst en nationaliteit, religie en levensbeschouwing, politieke overtuiging, fysieke verschijning, leeftijd, intelligentie, …

    Ik streef na dat studenten zicht krijgen op situaties waarin zich confrontaties met verschillen kunnen voordoen en waar mogelijkheden ontstaan om van en met elkaar te leren, o.a. op de werkvloer, in het ziekenhuis, in de straat,…

    Ik streef na dat studenten vooroordelen en veralgemeningen waar mogelijk en wenselijk vermijden en zich bewust zijn van elke vorm van discriminatie.

    Ik streef na dat studenten gebeurtenissen, contexten en personen vanuit verschillende perspectieven bekijken.

    Ik streef na dat studenten kunnen functioneren in verschillende contexten, steeds wisselende omstandigheden en nieuwe situaties.

    Ik streef na dat studenten het belang inzien van dialoog en samenwerking en hiervoor kiezen.

    Ik streef na dat studenten openstaan voor en leren van andermans visies, ervaringen en competenties.

  • Je onderschrijft dat je als lerarenopleider de competentie omgaan met diversiteit levenslang moet nastreven, om de studenten gelijke onderwijskansen te kunnen bieden.
    --

    Sommige jongeren krijgen meer kansen en hebbenmeer studiesucces  dan anderen. Dit is niet enkel gerelateerd aan het bezitten van meer intrinsieke motivatie, talenten en competenties. Onderzoek bewijst dat het al dan niet succesvol zijn in het hoger onderwijs, in belangrijke mate afhangt van de achtergrond (functiebeperking) en afkomst (sociaaleconomisch, etnisch-cultureel) van studenten. Dit betekent dat er voor bepaalde groepen mechanismen van achterstelling zijn die verhinderen dat iedereen gelijke kansen krijgt. Het wegwerken van achterstellingmechanismen betekent dat ik, mijn collega's en instelling dienen te werken aan een meer toegankelijke en diverse instroom en een kansrijker en succesvoller door- en uitstroom van studenten uit verschillende maatschappelijke groepen. Ik ben ervan overtuigd dat om dit te realiseren het belangrijk is om in te spelen op de aanwezige diversiteit en om op een positieve manier met diversiteit om te gaan.