Kwaliteitsvolle interactie

Als lerarenopleider begeleid je studenten tot kwaliteitsvolle interactie met elkaar en met anderen.

  • Je maakt regelmatig gebruik van werkvormen waarbij studenten elkaar moeten helpen en met elkaar moeten samenwerken om tot resultaat te komen.
    --

    Ik geef open en uitdagende taken waarbij de interactie tussen studenten gestimuleerd wordt.

    Ik wissel regelmatig van groeperingsvorm (individueel, in paren of groep, klassikaal).

    Als ik groepswerk geef, zijn de taken complex en veelomvattend zodat één of twee studenten ze alleen niet kunnen oplossen. Ze vereisen de inzet van alle studenten om tot een kwaliteitsvol product te komen.

    Ik maak gebruik van projectwerk.

    Ik zorg ervoor dat studenten moeten samenwerken om een opdracht tot een goed einde te brengen:

    • Door taakverdeling: de taken worden zo verdeeld dat er samen efficiënter en sneller gewerkt wordt dan wanneer de studenten in hun eentje aan de opdrachten zouden werken. 
    • Door materiaal: de studenten zijn afhankelijk van elkaar omdat het materiaal beperkt is.
    • Vanuit structuur :
      • Werken met ‘experten’ (mentor -  pupil)
    • Vanuit het doel: de groep krijgt een gemeenschappelijk doel dat de leden met elkaar moeten zien te bereiken.
    • Als groep zoeken naar één gemeenschappelijk antwoord, een consensus bereiken, een werkstuk maken en samen presenteren.
    • Door aanvullende rollen: per groep vervult elke student een rol die functioneel is voor de samenwerking.
      • Organisatorische rollen
      • Inhoudelijke rollen
      • Rollen die samenhangen met een bepaald perspectief vb. de denkhoeden van di bono
      • Aandacht bij evaluatie:
        • Peerevaluatie
        • Evaluatie product & individuele evaluatie
        • Gebruik maken van wiki’s / google docs zodat men kan achterhalen wie wat gedaan heeft

    Ik stimuleer studenten om samen te werken bvb. samen een les voorbereiden voor de stage.

    In de les vakdidactiek maken de studenten kennis met diverse werkvormen door de werkvormen zelf toe te passen.

    Elk jaar houd ik een markt over werkvormen. De studenten gaan in groepjes van 3 na wat een bepaalde werkvorm inhoudt, wat voor- en nadelen zijn van de desbetreffende werkvorm,… Ze krijgen de opdracht om hun werkvorm te “verkopen”. Ze kiezen hierbij zelf hoe ze hun werkvorm zullen presenteren. Het voordeel bij het werken met groepjes is dat elke student de mogelijkheid krijgt om kennis te maken met de andere werkvormen, zonder dat het eigen “kraampje” moet sluiten.

  • In de lespraktijk laat je consequent ruimte voor dialoog, discussie en reflectiemomenten.
    --

    Om zichzelf te evalueren maken de studenten een portfolio, waarin alle aspecten m.b.t. een project toegelicht worden. Dit portfolio grijp ik als lerarenopleider aan om met de student te reflecteren op de criteria en de resultaten van het project of groepswerk.

    Het is belangrijk om studenten kritisch te laten nadenken over zichzelf. Ik gebruik hiervoor verschillende methoden:

    • Vanuit een casusbespreking werken aan de verdere professionalisering van studenten.
    • Studenten zoeken een compromis bij het uitwerken van een casus.
    • Stellingenspel
    • Debat
    • Bespreking verschillende uitwerkingen van eenzelfde opdracht

    Als onderdeel van hun stageopdracht, stel ik de studenten een aantal reflectievragen, zoals

    • Hoe maakten jullie gebruik van elkaars sterke kanten?
    • Hoe kwamen jullie tegemoet aan elkaars noden?
    • Hebben jullie elkaar geobserveerd? Zo ja, wat leerden jullie daaruit?

    Op die manier probeer ik niet enkel te stimuleren dat studenten samenwerken, maar dat ze ook de meerwaarde hiervan inzien voor hun eigen didactisch handelen.

    Na elke opdracht voorzie ik tijd voor reflectie. Bvb. Wat is nodig om tot een betere samenwerking te komen?

  • Je laat studenten regelmatig in heterogene groepen samenwerken aan taken of opdrachten.
    --

    Ik ga bewust om met mijn groepssamenstelling waarbij ik de sterktes van zowel homogene als heterogene groepen benut.

    Studenten heterogeen groeperen is interessant om in te spelen op de aanwezige diversiteit binnen de groep. Het potentieel aan ervaringen, zienswijzen,… vergroot erdoor. Groepen kunnen op verschillende manieren heterogeen zijn, nl. in functie van taalvaardigheid of vakkennis, interesses, status, sociale competenties, zelfsturende competenties,….

    Er bestaan verschillende manieren om groepen in te delen:

    • Keuze van de student
    • Keuze van het toeval
    • Op basis van gemeenschappelijke interesse
    • Volgens opinies
    • Keuze van de lerarenopleider

    Om groepen samen te stellen hanteer ik een aantal richtvragen:

    • Hoe vaak dienen studenten in groep te werken?
    • Wat is de meest aangewezen groepsgrootte in kader van de te bereiken doelen / opdracht / context / doelgroep?
    • Wie stelt de groepen samen?
    • Welke methodiek zal ik gebruiken om mijn groepen in te delen?
    • Gebeurt het groepswerk best binnen de lesuren of buiten de lesuren?

    Ik laat de studenten onderzoeksvragen formuleren op basis van interesses. Elke groep gaat met een leervraag aan de slag. Binnen de groep zelf zijn er verschillende leerstijlen. Het takenpakket wordt op basis van de leerstijlen verdeeld.

    Er is niet enkel fysieke samenwerking mogelijk, maar ook digitaal bvb. fora, wiki’s,… Voor het leren op afstand werken wij met digitale groepen. Ik zie dat een aantal cursisten meer inbreng hebben in een digitaal forum dan in een contactles.

    Tijdens de lessen neem ik een leerstijlentest af. Op basis van de leerstijl maak ik de groepsindeling voor bepaalde taken.

    Binnen vakdidactiek hanteer ik verschillende methoden om groepen in te delen. Bvb. op basis van vakken, ervaring (wie geeft er wel al les en wie niet), geografische locatie,…

    Ik gebruik methodieken en volg de principes (directe interactie, individuele aanspreekbaarheid, positief wederzijdse afhankelijkheid, aandacht voor sociale vaardigheden en aandacht voor groepsproces) van coöperatief leren.