Dialoog en samenwerking

Kiezen voor dialoog en samenwerking

De dialoog is de gespreksvorm waarin diversiteit het best tot haar recht komt. Er wordt tijd uitgetrokken om naar elkaar te luisteren en op een evenwaardige manier tot uitwisseling van betekenissen te komen. Samenwerking is dan weer de handelwijze waarbij diversiteit als meerwaarde kan worden benut. Dat laatste loopt niet altijd van een leien dakje. Samenwerken in heterogene groepen kan soms tot conflicten leiden. Maar ook dat is een normaal gegeven waar we moeten leren mee omgaan.

Subcompetenties

  • De student is bereid om samen met anderen aan eenzelfde taak te werken.
  • De student geeft het eigen standpunt weer.
  • De student luistert actief.
  • De student stimuleert de inbreng van anderen.
  • De student reageert actief en opbouwend op ideeën en initiatieven van anderen.
  • De student is bereid om te onderhandelen en kan groepsbeslissingen aanvaarden om tot een gezamenlijk resultaat of oplossing te komen.

Omgaan met diversiteit in het beroepsprofiel en de basiscompetenties van de leraar

1. Functioneel geheel 1: de leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen

1.9. Observeren met het oog op bijsturing, remediëring en differentiatie (beslissingen hieromtrent en m.b.t. uitkomst nemen in overleg met collega’s en experten)

1.13 De leerkracht kan leer-en ontwikkelingsprocessen opzetten, zowel vanuit de inhouden van zijn/haar vakgebied, als vanuit een vakoverschrijdende invalshoek.

2. Functioneel geheel 2: de leraar als opvoeder

2.1 In overleg een positief leefklimaat creëren voor de kinderen in de groep en op school

6. Functioneel geheel 6: de leraar als partner van de ouders of verzorgers

6.4. Met ouders/verzorgers in dialoog treden over opvoeding en onderwijs

7. Functioneel geheel 7: de leraar als lid van een schoolteam

7.1 De leerkracht kan overleggen en samenwerken binnen het schoolteam.

7.2. Binnen het team over een taakverdeling overleggen en die naleven.

8. Functioneel geheel 8: de leraar als partner van externen

8.1 In overleg met collega’s contacten leggen, communiceren en samenwerken met externe instanties, die onderwijsbetrokken initiatieven aanbieden.

8.2 (secundair onderwijs) De leerkracht kan met de hulp van collega’s de nodige relaties met organisaties initiëren, uitbouwen en onderhouden en samenwerken met actoren op de arbeidsmarkt en het hoger onderwijs.

8.3 (secundair onderwijs) De leerkracht kan, onder meer met het oog op gelijkeonderwijskansen en in overleg met collega’s, contacten leggen, communiceren en samenwerken met de brede sociaal-culturele sector.

9. Functioneel geheel 9: de leraar als lid van de onderwijsgemeenschap

9.2. Dialogeren over het beroep van de leraar en de plaats ervan in de samenleving.

10. Functioneel geheel 10: de leraar als cultuurparticipant

10.1. Actuele thema's en ontwikkelingen onderscheiden en kritisch benaderen rond de volgende domeinen het sociaal-politieke domein; het sociaal-economische domein; het levensbeschouwelijke domein; het cultureel-esthetische domein; het cultureel-wetenschappelijke domein.

Attitudes: 

  • A1 beslissingsvermogen: durven een standpunt in te nemen of tot een handeling over te gaan, en er ook de verantwoordelijkheid voor dragen.
  • A2 relationele gerichtheid: in contacten met anderen kenmerken van echtheid, aanvaarding, empathie en respect tonen.
  • A3 kritische ingesteldheid: bereid zijn zichzelf en zijn omgeving ter discussie te stellen, de waarde van een bewering of een feit, de wenselijkheid en haalbaarheid van een vooropgesteld doel te verifiëren, alvorens een stelling in te nemen.
  • A6 zin voor samenwerking: bereid zijn om gemeenschappelijk aan eenzelfde taak te werken.

Evalueren & observeren

Als veel studenten (niet) goed scoren met betrekking tot deze competentie, hoe zou je dit kunnen verklaren?

Bespreek samen met de studenten na een samenwerkingsactiviteit hoe zij de samenwerking aan de hand van de verschillende subcompetenties zelf ervaren.

  • Is de student bereid om samen met anderen aan eenzelfde taak te werken?
  • Geeft de student het eigen standpunt weer?
  • Luistert de student actief?
  • Luistert de student geconcentreerd naar anderen?
  • Stelt de student vragen om verduidelijking?
  • Denkt de student mee met diegene die praat?
  • Parafraseert de student?
  • Laat de student anderen uitspreken of onderbreekt hij de ander om het eigen oordeel / standpunt naar voor te brengen?
  • Stimuleert de student de inbreng van anderen?
  • Stelt de student vragen als hij iets niet begrijpt?
  • Vraagt de student spontaan naar de mening van de ander?
  • Reageert de student actief en opbouwend op ideeën en initiatieven van anderen?
  • Is de student bereid om te onderhandelen en kan de student groepsbeslissingen aanvaarden om tot een gezamenlijk resultaat of oplossing te komen?
  • Is de student bereid om met anderen in gesprek te treden, ook wanneer het eigen idee, de eigen mening afwijkt?
  • Is de student bereid om zich in te leven in de ideeën, mening van anderen en deze in overweging te nemen?
  • Kan de student het eigen idee, de eigen mening bijstellen of aan de kant schuiven als dat de groep ten goede komt?

Observatieschema:

Context / lesinhoud:

Klas / groep:

Beoordelaar:

Competentie:  Kiezen voor dialoog en samenwerking

Subcompetenties

Datum

-

+/-

+

++

Waarom geef je deze score?

Staaf met voorbeelden

De student is bereid om samen met anderen aan eenzelfde taak te werken.

 

 

 

 

 

 

De student geeft het eigen standpunt weer.

 

 

 

 

 

 

De student luistert actief.

 

 

 

 

 

 

De student stimuleert de inbreng van anderen.

 

 

 

 

 

 

De student reageert actief en opbouwend op ideeën en initiatieven van anderen.

 

 

 

 

 

 

De student is bereid om te onderhandelen en kan groepsbeslissingen aanvaarden om tot een gezamenlijk resultaat of oplossing te komen.

 

 

 

 

 

 

        

 

-           Moet verbeteren, er wordt meer verwacht

+/ -      Aanvaardbaar

+          Goed, voldoet aan de verwachtingen

++       Uitstekend, overtreft de verwachtingen

 TIP: Laat studenten zelf criteria bepalen voor een goede samenwerking. Dat kan je doen door met hen een T-kaart op te stellen. Laat hen dan aan de hand van de criteria die ze zelf bepaald hebben zichzelf of elkaar evalueren en nadien klassikaal bespreken.

Activiteiten

Interpreteren & analyseren

  • Is het pedagogisch klimaat van die aard dat studenten op een constructieve manier kunnen samenwerken?
  • Kiezen studenten de onderwerpen, thema’s waarrond ze samenwerken zelf?
  • Zijn probleemstellingen, vragen, onderwerpen boeiend en levensecht genoeg zodat de studenten zich uitgedaagd voelen?
  • Hebben de studenten al voldoende ervaring kunnen opdoen over wat samenwerken in groep betreft?
  • Ga je bewust om met je groepssamenstelling? Stel je bvb. zelf je groepen samen of laat je studenten kiezen met wie ze samenwerken? Als je je groepen zelf samenstelt, welke criteria hanteer je dan?
  • Zijn je opdrachten duidelijk geformuleerd? Weten de studenten wat van hen verwacht wordt in welke tijdspanne?
  • Heb je je groepsopdracht zo georganiseerd dat ieder lid van de groep zijn / haar steentje moet bijdragen om tot een gezamenlijk resultaat te komen?

Mogelijke acties

  • Neem vooral een begeleidende rol aan om de interactie tussen studenten niet af te remmen.
  • Wissel af in groeperingsvorm (individueel, per twee, in groep).
  • Houd rekening met de volgende aandachtspunten als je studenten in groep laat samenwerken:
    • Werk afwisselend in homogene en heterogene groepen.
    • Groepen van 4 à 5 studenten zijn ideaal om goede interactie te stimuleren.
    • Zorg voor een goede en duidelijke organisatie en opstelling in het lokaal (Stimuleert de opstelling werken in groep?, Kunnen studenten gemakkelijk contact leggen met elkaar?, Waar bevind jij je in het lokaal?, Ben je vlot bereikbaar?).
    • Denk na over de groepssamenstelling: "Hoe stimuleert de groepssamenstelling interactie?".
    • Hanteer activerende werkvormen waarbij studenten elkaar moeten helpen en moeten samenwerken om tot resultaat te komen. Gebruik hierbij uitdagende taken zodat de intensiteit van de interactie tussen studenten gestimuleerd wordt.
    • Hoe zorg je ervoor dat elke student verantwoordelijk is voor de eigen inbreng én het resultaat van de opdracht?

Concrete inhouden & activiteiten

Gebruik zelf en biedt methodieken aan die studenten kunnen gebruiken.

Raadpleeg zeker:

Nieuwsbrieven

  • Steunpunt Diversiteit en Leren: je vindt er tips i.v.m. coöperatief leren / het organiseren van een krachtige leeromgeving.
  • Koning Boudewijnstichting (2008). De wereld op je bord. Brandende kwesties, ontwijken of aanpakken? Tips voor Vlaamse leerkrachten om controversiële thema’s te bespreken in de klas. Hoe kunnen leerkrachten zorgen dat er op school een dialoog tot stand komt over moeilijk bespreekbare thema’s, waarbij respect wordt getoond voor elkaars mening?

O.a. actief luisteren p 6, leidraad voor een goede voorbereiding van discussies p 12, basisregels voor een goed en veilig discussieklimaat, p 12 – 13, dialoog versus onderhandeling, p 24 e.v.

Uitwerking

Lenny Gerinckx

Projectmedewerker  “Bruggen bouwen voor gelijke onderwijskansen”, Steunpunt Diversiteit en LerenBronnen:

De uitwerking kwam tot stand i.s.m. de lerarenopleidingen van de partnerinstellingen van het project “Bruggen bouwen voor gelijke onderwijskansen”.