Student als toekomstige leerkracht

Maatschappelijke verantwoordelijkheid

De student leert de eigen maatschappelijke verantwoordelijkheid zien en ernaar te handelen.

Werken aan omgaan met diversiteit is te verantwoorden vanuit drie invalshoeken:

  • Normatieve visie: onderwijs moet sociaal rechtvaardig zijn en gelijkheid in de samenleving en in het onderwijsveld nastreven.
  • Instrumentele visie: onderwijs dient de voordelen van de aanwezige diversiteit te benutten nl. positief effect op het leren van kinderen en jongeren én voorbereiding op deelname aan pluriforme samenleving.
  • Pragmatische visie: de school functioneert beter als organisatie door te vertrekken vanuit respect en waardering voor elkaar.

Deze drie invalshoeken vullen elkaar aan en versterken elkaar.

Met deze verantwoording in ons achterhoofd geven we onderwijs een dubbele opdracht inzake omgaan met diversiteit, met name:

  • Omgaan met diversiteit als doelstelling van burgerschapsvorming in een plurale democratische samenleving (leren voor diversiteit).
  • Diversiteit benutten als middel tot realisatie van gelijke onderwijskansen (leren in diversiteit).

Deze competentie gaat over de mate waarin de student overtuigd en doordrongen is van deze opdracht.

Subcompetenties

  • De student onderschrijft dat omgaan met diversiteit een competentie is die men voor alle leerlingen in alle klassen dient na te streven.
  • De student onderschrijft dat hij zelf deze competentie levenslang moet nastreven, wil hij al zijn leerlingen gelijke onderwijskansen bieden.
  • De student onderschrijft dat een leerkracht een verantwoordelijkheid heeft in het creëren van een schoolbeleid dat consequent aandacht heeft voor diversiteit.

Omgaan met de diversiteit van anderen

De student leert omgaan met de diversiteit van leerlingen, leerkrachten, ouders en externe partners.

Leren omgaan met diversiteit is samen betekenis construeren door interactie met elkaar, tussen lerenden én tussen leerkracht en lerenden. Dialoog is een vertrekpunt voor gezamenlijke en doelgerichte reflectie opdat men zich bewust wordt van interpretaties van de wereld en van de perspectieven die de waarneming en het handelen sturen. Omgaan met diversiteit omvat het opzij zetten van de eigen standpunten en belangen om vanuit een onderzoekende houding over de anderen na te denken en te kunnen komen tot overeenstemming. Het spreekt voor zich dat iemand dit enkel kan overbrengen aan anderen als die persoon zelf kan omgaan met diversiteit. Omgaan met diversiteit start dan ook in de eigen context.

Subcompetenties

  • De student gaat met leerlingen, leerkrachten, ouders en externe partners om in een geest van democratisch overleg en samenwerking.
  • De student kan zich inleven in de verschillende perspectieven van leerlingen, leerkrachten, ouders en externe partners.
  • De student kan zich soepel aanpassen aan de verscheidenheid van leerlingen, leerkrachten, ouders en externe partners.
  • De student is bereid te leren van leerlingen, leerkrachten, ouders en externe partners.

Kwaliteitsvolle interactie

De student leert kinderen en jongeren begeleiden tot kwaliteitsvolle interactie met elkaar en met anderen.

De grote troef van samenwerken met anderen is dat uiteenlopende perspectieven sneller naar voor komen en kunnen leiden tot gezamenlijke opbouw van kennis. Dit helpt de eigen interne kaders te verfijnen en verder te ontwikkelen. Samenwerkend leren heeft veel voordelen, met name meer kennisverwerving, een positieve invloed op de motivatie en leerhouding, de ontwikkeling van sociale vaardigheden en hogere denkvaardigheden, het verbeteren van relaties tussen verschillende groepen,…

Bij interactie in heterogene groepen vergroten de kansen op leren omgaan met diversiteit en de sociale spanningen die daaruit voortvloeien: de verschillen zijn groter en veelzijdiger en er moet meer worden onderhandeld. Het vormen van heterogene groepen kent echter ook grenzen. Als de verschillen (naar bekwaamheid, taalvaardigheid, interesses,…) te groot zijn, zal de groep niet tot leren komen en biedt interne differentiatie weinig soelaas.

Vanuit deze aanname is het belangrijk dat studenten kinderen en jongeren leren begeleiden tot kwaliteitsvolle interactie met elkaar en met anderen.

Subcompetenties

  • De student maakt regelmatig gebruik van werkvormen waarbij leerlingen elkaar moeten helpen om tot resultaat te komen.
  • De student maakt regelmatig gebruik van werkvormen waarbij leerlingen met elkaar moeten samenwerken om tot resultaat te komen.
  • De student laat in de lespraktijk consequent ruimte voor dialoog, discussie en reflectiemomenten.
  • De student laat leerlingen regelmatig in heterogene groepen samenwerken aan taken of opdrachten.

Diversiteit positief benaderen

De student leert diversiteit op een positieve manier te benaderen.

Wanneer we diversiteit op een positieve manier benaderen, hebben we het niet enkel over het leren over de anderen, maar over het waarderen van de anderen. Soms neemt men als uitgangspunt voor omgaan met diversiteit het leren kennen van andere culturen. Dit houdt echter een aantal foutieve vooronderstellingen in. Nl. dat

  • jongeren / kinderen per definitie weinig weten over culturele verschillen en verhoudingen waardoor ze elkaar verkeerd begrijpen, uitschelden, stereotyperen,…
  • het aanreiken van informatie over sociale groepen en hun cultuur leidt tot vooroordelen, of tot het oplossen van problemen en misverstanden die samenhangen met cultuurverschillen.
  • individuele verschillen samenhangen met groepsverschillen.
  • het expliciet maken van verschillen de aangewezen manier is om vooroordelen en stereotypen tegen te gaan.

Deze visie vloeit voort uit een statische visie op cultuur en heeft teleurstellende opbrengsten.

Leren omgaan met diversiteit is niet statisch, maar omvat het sámen construeren van betekenissen door interactie met elkaar, tussen lerenden en tussen leerkracht en lerenden. Dialoog is een vertrekpunt voor gezamenlijke en doelgerichte reflectie opdat men zich bewust wordt van interpretaties van de wereld en van de perspectieven die de waarneming en het handelen sturen; enkel via multiperspectiviteit kunnen we openstaan voor andere perspectieven en ons inleven in de betekenissen van anderen en eruit leren. (cf. competenties multiperspectiviteit, dialoog en samenwerking, jongeren en kinderen begeleiden tot kwaliteitsvolle interactie met elkaar en met anderen).

Elke jongere / elk kind heeft talenten. Wat men echter als een talent beschouwt, is afhankelijk van de bril van diegene die kijkt. Onze blik open houden, ons losmaken van de eigen vooronderstellingen en het erkennen van talenten is erg belangrijk om diversiteit te kunnen waarderen (cf. competentie diversiteit waarnemen).

Subcompetenties

  • De student staat open voor diversiteit.
  • De student schept een veilig en stimulerend klimaat voor jongeren en kinderen om zichzelf te zijn.
  • De student is zich bewust van eigen vooroordelen en stereotyperingen en vermijdt deze.

Diversiteit waarnemen

Diversiteit waarnemen in de klas, op school en daarbuiten

Diversiteit is alomtegenwoordig. In elke klas, school krijgen studenten te maken met diversiteit. Vandaar het belang van leren omgaan met de aanwezige diversiteit in de klas /school. Om dit te kunnen doen, moet de student zich ten volle bewust zijn van de diversiteit. (cf. normaliteit)

Observeren van diversiteit is een basishouding. De eigen houding en ingesteldheid is belangrijk om de diversiteit van jongeren en kinderen te kunnen waarnemen. Om anderen te leren kennen, is het belangrijk om zich bewust te worden van de eigen vooroordelen en veralgemeningen en ze proberen bij te sturen. (cf. onbevooroordeeldheid en non-discriminatie)

We gaan uit van het principe van “breed observeren”.  Elke leerkracht observeert dagelijks, maar dit beperkt zich meestal tot observatie van didactische processen in lessituaties.  Observeren wordt interessant als we kijken hoe jongeren en kinderen met elkaar omgaan, als we op zoek gaan naar de bronnen van diversiteit in onze klas en proberen zicht te krijgen op de gelijkenissen en verschillen, maar vooral op wat jongeren en kinderen daarmee doen. Via breed observeren blijven we alert voor de diversiteit, de betekenissen die jongeren / kinderen daaraan geven, de perspectieven en de competenties waarop verder gebouwd kan worden.

Breed observeren betekent dus ook dat wat je observeert niet meteen wordt geïnterpreteerd.  De eigen gevoeligheden en eigen beleving zal de situatie anders inkleuren. Ook de kijk op de jongeren / kinderen, hun ouders en hun achtergrond beïnvloedt onze verwachtingen. En via onze verwachtingen ook ons gedrag. Het innemen van andere standpunten kan helpen om meer aspecten te belichten en het zal naar begeleiding toe meer bruikbare gegevens verschaffen.

Subcompetenties

  • De student vormt zich op basis van observaties en gesprekken een veelkleurig, genuanceerd en gelaagd beeld van jongeren en kinderen.
  • De student heeft oog voor de noden en behoeften van alle jongeren en kinderen.
  • De student heeft aandacht voor de sociale relaties zoals wisselende statusposities, vriendschappen en conflicten.
  • De student probeert zicht te krijgen op de veelheid van competenties van alle jongeren en kinderen.

Integratie onderwijsleerproces

De student leert diversiteit te integreren in het totale onderwijsleerproces van jongeren en kinderen.

Diversiteit loopt als een rode draad door onderwijsleerprocessen. Het is geen aparte onderwijsinhoud die je als een toevoegsel aan het curriculum kan zien. Leren omgaan met diversiteit is samen betekenis construeren door interactie met elkaar, tussen lerenden en tussen leerkracht en lerenden.

Dialoog is het vertrekpunt voor gezamenlijke en doelgerichte reflectie zodat men zich bewust wordt van interpretaties van de wereld en van de perspectieven die de waarneming en het handelen sturen. Het gaat om het scheppen van concrete situaties waarin er interactie, variatie, dialoog en reflectie is, waarin mensen leren over wat ze moeten doen, en waarin beslissingen het voorwerp zijn van tegenspraak en worden getoetst aan het criterium van goede argumentatie.

Omgaan met diversiteit omvat het opzij zetten van de eigen standpunten en belangen om vanuit een onderzoekende houding over de anderen na te denken. Respect voor elkaar is hierbij een basishouding.

Een krachtige leeromgeving maakt dit mogelijk: een leeromgeving die participatie, betekenisgericht leren, levensechte contexten en zelfsturing stimuleert. Dit houdt in dat leerkrachten zich niet moeten blindstaren op één alleenzaligmakende leerstijl en verlangen dat lerenden zich daaraan aanpassen: door lerenden afwisselend bloot te stellen aan meerdere leermethoden krijgen ze meer kansen om een uitgebreider repertoire aan leervaardigheden en –strategieën te ontplooien.

Subcompetenties

  • De student gaat gericht op zoek naar vormen van diversiteit bij leerlingen en benut deze tijdens het leerproces.
  • De student bouwt variatie in zijn didactische praktijk in.
  • De student stimuleert uitdrukkelijk de eigen inbreng van leerlingen.
  • De student bouwt differentiatie in in de lespraktijk.
  • De student laat een brede waaier van talenten en competenties aan bod komen tijden het leerproces.
  • De student maakt tijd en ruimte vrij voor spontaan en informeel leren.
  • De student gaat op zoek naar verbindingen tussen binnen- en buitenschoolse leerervaringen van leerlingen.
  • De student onderwerpt zijn lesmateriaal aan een diversiteitstoets.
  • De student kan breed en billijk evalueren.
Subscribe to RSS - Student als toekomstige leerkracht